Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/8.6.6
8.6.6 Materiële aspecten van het betriebliches Eingliederungsmanagement
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575661:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
BAG 10 december 2009, AP § 84 SGB IX Nr.3.
Gagel 2004, p.1361.
BAG 12 juli 2007, DB 2008, 189; ook Horcher, p.32 met verwijzing naar de heersende mening in de literatuur in zijn noot 12. Tschöpe wijst er op dat het BAG in deze uitspraak voor het eerst de plicht heeft aangenomen een passende werkplek te scheppen, p.400. Zie ook: BAG 24 januari 2008, 2 AZR 96/07, HWK/Sandmann, p.1810-1811.
BAG 30 september 2010, BAGE 135, 361.
BAG 10 december 2009, AP § 84 SGB IX Nr.3. Als gezegd komt dit alleen aan de orde als daarmee de rechten van de op die plaats werkende andere werknemer niet worden geschonden, BAG 29 januari 1997, BAGE 85, 107.
Bij de inhoud van het re-integratiemanagement hebben partijen grote vrijheid, zolang de juiste instanties er maar bij betrokken zijn, hun bijdragen zakelijk worden beoordeeld en geen logischerwijs in acht te nemen maatregelen worden uitgesloten. Er wordt op vertrouwd dat het te bereiken doel duidelijk genoeg is en er voldoende is gezorgd voor de deelname van relevante partijen. Een eerlijk en zakelijk gesprekmoet daardoor mogelijk zijn, gericht op de bijzonderheden van het geval en met ruimte voor inbreng van ieders gezichtspunten en oplossingsmogelijkheden.1 Volgens Gagel kan re-integratiemanagement alleen maar succesvol zijn als niet star wordt vastgehouden aan de arbeidsovereenkomst en er bereidheid is tot enige flexibiliteit: ‘Eine Eingliederung ist oft nur möglich durch Vertrags-umwandlung’.2
In de al aangehaalde belangwekkende BAG-uitspraak van 12 juli 2007 was een machinebediende vanaf maart 2002 arbeidsongeschikt met rugklachten. Na verschillende operaties zou hij per februari 2005 weer volledig in de functie kunnen hervatten, mits de werkgever de arbeidsplaats zou aanpassen. Met name zou er een zitgelegenheid moetenworden geboden. De werknemer wees daarnaast op een andere passende mogelijkheid om hem te herplaatsen, namelijk als etiketteerder. De werkgever vond het allemaal te lang duren en ontsloeg de werknemer ordentlich vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Een functie van etiketteerder bestond niet; re-integratiemanagement was bovendien niet gevoerd, want de werknemer was geen Schwerbehinderte aldus de werkgever. Het BAG maakte duidelijk dat het re-integratiemanagement (als eerder gezegd) geldt voor alle zieke werknemers, niet alleen voor Schwerbehinderten. Het enkele feit dat hier geen re-integratiemanagement was gevoerd, betekende niet dat een ziekteontslag onmogelijk is, maarwel dat de werkgever moest bewijzen dat het ontslag niet disproportioneel was. In dit geval kon van de werkgever worden verlangd de bestaande arbeidsplaats aan te passen of een passende arbeidsplaats te scheppen. Ontslag is het uiterste middel terwijl het scheppen van een passende arbeidsplaats minder vergaand is.3
Wat van een werkgever inhoudelijk bij het re-integratiemanagement kan worden verlangd, werd in 2010 bevestigd:4
aanpassing van de eigen functie of
herplaatsing op een andere passende functie of
creëren van een passende functie of
het vrijmaken van een arbeidsplaats om de ziekewerknemer te kunnen plaatsen.5
Als deze maatregelen niet in onderling overleg kunnen worden doorgevoerd, dan mag de werkgever dat eenzijdig doen door middel van een Änderungskündigung.