RvdW 2024/458:Medeplichtigheid aan telen van hennep in uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3B jo. 11 lid 3 Opiumwet). 1. Bewijsklacht. Betrouwbaarheid verklaringen van getuigen. 2. Kon hof oordelen dat gebruik van verklaring van getuige voor bewijs verenigbaar is met art. 6 EVRM, nu getuige zich ttz. in hoger beroep op zijn verschoningsrecht heeft beroepen? 3. Bewijsklacht pleegperiode. 4. Bewijsklacht medeplichtigheid van verdachte. Kan uit de voor bewijs gebruikte verklaring van getuige worden afgeleid dat verdachte heeft geholpen bij oogsten van hennep of dat hij behulpzaam is geweest bij ruimen van restanten van hennepoogst? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2024/455, RvdW 2024/456, RvdW 2024/457, RvdW 2024/449 en RvdW 2024/459.