RvdW 2024/453:Medeplegen woninginbraak waarbij o.a. reservesleutels van waardevolle auto’s zijn gestolen, art. 311 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over ontbreken bewijs dat verdachte in of nabij de woning is geweest op het moment dat inbraak plaatsgevonden zou hebben, art. 359 lid 2 Sv. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte omstreeks 00:51 uur met medeverdachte stapvoets voorbij woning reed waar tussen 17:15 uur en 23:00 uur was ingebroken. Kort daarna is verdachte met medeverdachte aangetroffen in auto die verdachte bestuurde met daarin paspoorten van bewoners. Medeverdachte beschikte kennelijk over diverse bij inbraak ontvreemde goederen, gelet op de met zijn telefoon verstuurde foto’s van autosleutels die waren ontvreemd. Hof heeft uit bericht op telefoon van verdachte (‘ik heb net wat kleins gepakt maar we moeten terug’) afgeleid dat dit verwijst naar daderschap van verdachte en impliceert dat verdachte niet alleen heeft geopereerd. Verdachte heeft voor al deze omstandigheden geen aannemelijke verklaring gegeven. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat sprake is van medeplegen is, tegen achtergrond dat er geen contra-indicaties m.b.t. medeplegen door verdachte zijn gebleken, niet onbegrijpelijk. Tot nadere motivering was hof niet gehouden. Volgt verwerping.