RvdW 2024/454:Ontucht (meermalen gepleegd) met 9-jarige/10-jarige dochter van vrienden van zijn ex-vriendin door 47-jarige/48-jarige verdachte (art. 247 Sr) en verstrekken van schadelijke afbeeldingen aan dit meisje (meermalen gepleegd) (art. 240a Sr). Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde (contactverbod), v.zv. inhoudende dat veroordeelde zich moet houden aan aanwijzingen die door ‘andere instanties’ worden gegeven, art. 14c lid 2 onder 5 Sr. Heeft hof bijzondere voorwaarde voldoende precies geformuleerd? Uit wetsgeschiedenis volgt dat wetgever met het oog op rechtszekerheid en doeltreffende invulling en uitvoering van reclasseringstoezicht t.a.v. alle bijzondere voorwaarden heeft beoogd dat rechter deze in zijn vonnis ‘zo gedetailleerd mogelijk’ omschrijft (vgl. NJ 2021/209, m.nt. J.M. Reijntjes). Gelet hierop is door hof gestelde bijzondere voorwaarde betreffende contactverbod dat ‘veroordeelde zich aan aanwijzingen houdt die door OM, reclassering en/of andere instanties worden gegeven’ in strijd met art. 14c lid 2 onder 5 Sr, v.zv. deze ziet op aanwijzingen die worden gegeven door ‘andere instanties’, omdat voorwaarde in zoverre onvoldoende precies is geformuleerd. HR doet zaak zelf af en vernietigt bijzondere voorwaarde, v.zv. deze betrekking heeft op ‘andere instanties’.