Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/442
Verbintenissenrecht. Intreden verzuim zonder ingebrekestelling (art. 6:83 BW).
HR 12-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:575
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/01810
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:575, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:175, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2023
- Wetingang
Art. 6:83 BW
Essentie
Verbintenissenrecht. Intreden verzuim zonder ingebrekestelling (art. 6:83 BW).
Samenvatting
Art. 6:83 aanhef en onder c BW bepaalt dat het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten. Als de desbetreffende verbintenis opeisbaar is, treedt het verzuim dan van rechtswege in. Voor het intreden van verzuim is dus niet nodig dat de schuldeiser aan de schuldenaar te kennen geeft dat hij aan diens mededeling het in art. 6:83 aanhef BW bedoelde gevolg verbindt. Dat een schuldeiser ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.