Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.2.9
7.5.2.9 Aansprakelijkheid en vennootschapsbelastingplichtigen
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395550:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Schilfgaarde, P. van (1974), supra noot 10, blz. 113-119.
Sangen, G.J.H. van der (2005), 'Rechtssubjectiviteit en afgescheiden vermogen van de eenmanszaak', Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2005-5, blz. 165-174.
Vgl: Reuvers, M.R. (1975), supra noot 132, blz. 1133-1139.
Vgl: Kempen, M.L.M. van (1999a), supra noot 8, blz. 125.
Berg, J.A.M. ten (2008), 'Van der Heijden congres: Flexibele rechtsvormen' Ondernemingsrecht 2008/10-11, blz. 386-392: Verslag van de presentatie van Zaman: Warakterverschillen tussen Flex-BV en personenvennootschap'.
In de literatuur is beargumenteerd dat tussen rechtspersoonlijkheid en exclusieve aansprakelijkheid geen noodzakelijk verband bestaat.1 Het bestaan van beperkte aansprakelijkheid is met andere woorden geen dwingend kenmerk van rechtspersoonlijkheid. Op de hoofdregel van beperkte aansprakelijkheid bestaan immers talrijke uitzonderingen, zoals het EESV, de OVR, de informele vereniging en ook de cooperatie. Ook bij de kapitaalvennootschappen is de beperkte aansprakelijkheid niet absoluut. De BV kent door uitdrukkelijke wetsbepaling, via leerstukken als bestuurdersaansprakelijkheid en doorbraak van aansprakelijkheid belangrijke uitzonderingen op de hoofdregel.2 Zo scheppen de artikelen 2:69 lid 2 en 2:180 lid 2 BW een hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van een NV en een BV naast de rechtspersoon voor rechtshandelingen waarmee zij de rechtspersoon verbinden, zolang niet aan bepaalde administratieve verplichtingen ter bescherming van derden is voldaan. Daarnaast dienen de bestuurders op straffe van hoofdelijke aansprakelijkheid ervoor te zorgen dat de belastingschulden van de vennootschap worden betaald, en ontstaat er hoofdelijke aansprakelijkheid indien het faillissement van de vennootschap een belangrijk gevolg is van onbehoorlijk bestuur door de bestuurder.3
Verder kan er aansprakelijkheid ontstaan doordat bestuurder/(enig) aandeelhouders van een BV zichzelf in veel gevallen ook in privé verbinden. Bijvoorbeeld om een krediet te verkrijgen voor de activiteiten van de vennootschap. Borgstellingen van de aandeelhouders zijn dan geen ongebruikelijke zaak.4 Daarbij verschaffen zij zelf ook vaak leningen aan de vennootschap, zodat deze bepaalde investeringen kan doen of om bijvoorbeeld de cashflow-positie te verbeteren. Indien de vennootschap echter in slechter vaarwater komt, kan dit ertoe leiden dat de vordering van de aandeelhouders op de vennootschap definitief oninbaar wordt. Ook het verlenen van een derdenhypotheek of een derdenpand leidt tot een verbondenheid van de aandeelhouders. Naast deze zekerheidstellingen kan de bestuurder/(enig) aandeelhouder ook door een resultaatsafhankelijke vergoeding het risico lopen dat zijn inkomsten zeer laag zijn.5 Ook onder de nieuwe wetgeving voor de flex-BV kunnen aandeelhouders aansprakelijk zijn. Artikel 2:192 van het Wetsvoorstel flex-BV biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden om in de statuten extra verplichtingen aan aandeelhouders op te leggen. Zelfs de verplichting voor aandeelhouders om zich naast de Flex-BV voor haar verplichtingen hoofdelijk mee te verbinden, behoort hiertoe.6 Net als bij het uitoefenen van invloed op het bestuur van de vennootschap is ook de beperkte aansprakelijkheid bij de kleinere BV's, waarbij de posities van de bestuurder en de aandeelhouder in één persoon samenvallen, feitelijk niet, althans niet in zijn volledigheid aanwezig.