De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3.3.2.11:3.3.2.11 Gelijke gevallen en voortschrijdend inzicht van de Hoge Raad
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/3.3.2.11
3.3.2.11 Gelijke gevallen en voortschrijdend inzicht van de Hoge Raad
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686230:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 19 april 2013, NJ 2013/291 (Koot Beheer/Tideman q.q.).
Zie r.o. 3.6.3. Boekhoud schrijft in zijn annotatie bij dit arrest (zie JOR 11 juli 2013, aflevering 7/8, p. 2234) onder meer: “Het arrest raakt de kern van het insolventierecht, omdat het de orde (her)schikt tussen de twee grondbeginselen: de paritas creditorum en het fixatiebeginsel”. Zie voorts over dit arrest Verstijlen 2013.
Vgl. over de systeemscheppende kracht van beginselen: Nieuwenhuis 1979, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De afbakening van gelijke gevallen versus ongelijke gevallen kan in de loop der tijd wijzigen. Zo werd tot het arrest Koot Beheer/Tiedeman q.q.1 bij de vraag of er sprake was van een boedelschuld uitgegaan van het zogenaamde toedoenbeginsel. Alle schulden die het gevolg waren van een door de curator in zijn hoedanigheid verrichte rechtshandeling werden hierbij aangemerkt als boedelschulden. Dit betekende bijvoorbeeld dat indien een curator een huurovereenkomst had opgezegd, de contractuele schadevergoedingsverplichting (om schade aan een gehuurde zaak bij het einde van de huur te herstellen of te vergoeden) die daaruit voortvloeide een boedelschuld opleverde. Een dergelijke schuldeiser ontving hierdoor een andere (gunstigere) behandeling dan een schuldeiser waarbij de curator een ten tijde van de faillietverklaring lopende overeenkomst niet gestand heeft gedaan. Immers, in het laatste geval dient de vordering ter verificatie te worden ingediend ex artikel 26 Fw en in het eerste geval niet. Feitelijk gezien is er echter nagenoeg geen verschil tussen deze twee schuldeisers. Het gemaakte onderscheid is niet, althans onvoldoende, objectiveerbaar. Om die reden heeft de Hoge Raad op grond van zijn voortschrijdend inzicht een dergelijk onderscheid in strijd met het beginsel van de gelijke behandeling van schuldeisers geacht. De Hoge Raad overweegt in dit verband: “Daarmee zou immers een uitzondering worden gemaakt op de hoofdregel dat indien de curator in het belang van de boedel geen uitvoering geeft aan een door de gefailleerde voor de faillietverklaring aangegane overeenkomst, slechts een concurrente vordering voor de wederpartij resteert, en op het aan die regel ten grondslag liggende beginsel van de gelijkheid van schuldeisers. Voor die uitzondering valt in de Faillissementswet geen rechtvaardiging of grond te vinden. Van een boedelschuld is daarom geen sprake”.2
Tot zover de concrete uitwerking van het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers aan de hand van diverse situaties die zich kunnen voordoen. Uit deze bespreking blijkt dat het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers via deze regels een systeem schept in het kader van het faillissementsrecht,3 te weten het systeem dat schuldeisers in gelijke situaties – te beoordelen tegen de achtergrond van de positie van een schuldeiser in het kader van de individuele beslagexecutie – gelijk moeten worden behandeld.
Hierna bespreek ik enkele materiële bepalingen in de Faillissementswet die voorkomen dat de in artikel 26 Fw neergelegde bescherming van de gelijke behandeling een dode letter wordt. Het betreft hier geen regels waarin het beginsel van de gelijkheid van schuldeisers tot uitdrukking komt, zodat bezien in het licht van de voorliggende vraagstelling een zijspoor wordt ingeslagen. Om die reden kan ook worden volstaan met een korte bespreking. De relevantie van de bespreking ligt intussen hierin dat een ordenend systeem van rechtsregels wordt blootgelegd dat mede ten doel heeft de gelijke behandeling van schuldeisers te laten floreren.