Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/8.4.4.d
8.4.4.d Het recht een standpunt kenbaar te mogen maken en invordering
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363018:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 49.2a van de Leidraad Invordering 2008: “Voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet zijn begrepen, stuurt hij een vooraankondiging. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek. Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De ontvanger stelt de belanghebbende in de gelegenheid om binnen drie weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze kenbaar te maken.”Artikel 7:3 van de ADW: “Onder de naam «rechten bij invoer» en «rechten bij uitvoer» worden belastingen geheven ter zake van de invoer respectievelijk de uitvoer van goederen overeenkomstig hetgeen dienaangaande is bepaald bij of krachtens het Koninkrijk verbindende verdragen en in al hun onderdelen verbindende besluiten van bij zodanige verdragen opgerichte volkenrechtelijke organisaties.”
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1540M, p. 8.
HR 14 augustus 2015, nr. 13/01940, NTFR 2015/2450, BNB 2015/207, r.o. 2.6.3.
Baron 2016, onder 6: Baron vraag zich af of we nog wat zullen horen over het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel in het kader van paragraaf 49.2a van de Leidraad Invordering 2008.
Per 1 januari 2016 is in de Leidraad Invordering 2008 het kenbaarmakingsbeginsel opgenomen voor beschikkingen aansprakelijkstelling omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de ADW.1 Deze wijziging is opgenomen naar aanleiding van jurisprudentie van de Hoge Raad inzake het kenbaarmakingsbeginsel.2 In augustus 2015 heeft de Hoge Raad namelijk geoordeeld dat bezwarende besluiten die zijn gebaseerd op nationale bepalingen die uitvoering geven aan het Unierecht, vallen binnen het toepassingsgebied van het Unierecht. Een voorbeeld daarvan is de Wet op de omzetbelasting 1968, die uitvoering geeft aan de Btw-richtlijn. De Hoge Raad heeft in een aansprakelijkheidszaak geoordeeld dat voor de bestuurdersaansprakelijkstelling voor verschuldigde omzetbelasting ook geldt dat het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht.3 Met het aansprakelijk stellen van de bestuurder voor omzetbelastingschulden geeft de belastingdienst uitvoering aan de verplichting van de lidstaten alle wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te treffen die waarborgen dat de omzetbelasting volledig wordt geïnd en fraude wordt bestreden. In de Leidraad Invordering 2008 is neergelegd dat voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de ADW zijn begrepen, hij een vooraankondiging stuurt. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek (het recht op informatie). Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De belanghebbende krijgt vervolgens drie weken (het recht op voldoende tijd ter voorbereiding van de verdediging) om een reactie te geven (het recht een standpunt kenbaar te mogen maken) en aan te geven of de belanghebbende wenst te worden gehoord. Drie deelaspecten van het kenbaarmakingsbeginsel zijn hiermee geregeld. Ten aanzien van het recht op (inzage in) de stukken is echter niets geregeld. Vanuit de gedachte dat artikel 49.2a van de Leidraad Invordering 2008 speciaal is gecreëerd om te kunnen voldoen aan de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt, is dat opmerkelijk. Juist bij aansprakelijkstellingen kunnen de onderliggende stukken van essentieel belang zijn. De aansprakelijkgestelde bestuurder is immers niet altijd betrokken geweest bij de dagelijkse gang van zaken van de rechtspersoon en het komt dus veelvuldig voor dat de aansprakelijkgestelde de onderliggende stukken niet kent. Bovendien kan – onder voorwaarden – in een procedure over de aansprakelijkstelling ook de juistheid van de onderliggende aanslagen onderdeel van het geschil zijn.4 Als de belanghebbende het recht op (inzage in) de stukken in de voorfase inroept en de belastingdienst (inzage in) de stukken weigert, schendt de belastingdienst het kenbaarmakingsbeginsel.