Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/6.1.2
6.1.2 Aanwijzingen voor de voorbereiding op en behandeling ter zitting
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174227:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
In het vervolg van de paragraaf gaat het om de cna en niet om het pleidooi, tenzij anders vermeld. Overigens wordt de cna ‘mondelinge behandeling’ genoemd in de KEI-wetgeving (zie ook voetnoot 232).
Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord 2009, te vinden op rechtspraak.nl. Zij is gebaseerd op het model van Barendrecht & Van Beukering-Rosmuller 2000, p. 176 e.v.
De Groot 2012, p. 38, 211; Ahsmann 2011, p. 112-115, 134-136.
In de Rechtbank Den Haag wordt echter standaard meervoudig gecompareerd in bijna alle letselschadezaken, ingewikkelde zaken waarin een overheid partij is en andere complexe of principiële zaken (Hofhuis 2012, p. 185; Willink, Davids & Mendlik 2010, Van Steen 2008). Volgens Hofhuis vragen eisers in letselschadezaken geregeld om een meervoudige comparitie. Zie ook Klaassen 2009, p. 69. Over de vraag hoe procespartijen en raadslieden meervoudige en enkelvoudige behandeling waarderen, is nog zeer weinig bekend.
Zo blijkt uit de in het kader van dit onderzoek gehouden interviews en enquête.
Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord 2009, aantekening 19; onderschreven door Praagman 2011, p. 15; Ippel & Heeger-Hertter 2006, p. 83.
De wet wijdt niet meer dan een handvol bepalingen aan de comparitie na antwoord (cna).1 Deze bepalingen regelen vooral wanneer een zitting kan worden gehouden, maar zeggen nauwelijks iets over het verloop ervan. De invulling van de zitting wordt in grote mate aan de rechter overgelaten. Wel vindt hij aanwijzingen en best practices in de Handleiding regie vanaf de conclusie van antwoord, dat fungeert als intern handboek voor de civiele rechtspraak.2 Ter voorbereiding op een comparitie maakt de rechter uit het dossier op wat het geschil behelst. Dit doet hij in de eerste plaats aan de hand van de vordering, het verweer en hun grondslagen. Door dit voorwerk en met behulp van de wet, jurisprudentie en literatuur vormt hij zich een beeld van de aard en omvang van het geschil.3
In de voorbereiding op de zitting wordt bepaald of de comparitie het beste met één of drie rechters kan worden gehouden (zie paragraaf 5.2). De praktijk wijst uit dat rechtbanken in comparities meestal de hoofdregel van artikel 15 Rv volgen. Meervoudige comparities zijn daardoor uitzonderlijk, zelfs wanneer bij de toedeling van de zaak al bekend is dat een college van drie rechters over de zaak zal vonnissen.4 In dit laatste geval is de rechter die aangewezen is om de zitting te leiden rechter-commissaris namens de meervoudige kamer (zie paragraaf 4.3.5). Overigens worden pleidooien vaak ten overstaan van een meervoudige kamer gehouden. Als pleidooien toegelaten worden, dan is de zaak vaak zodanig complex of omvangrijk dat behandeling door drie rechters is aangewezen. Getuigenverhoren gebeuren bijna steevast voor een alleensprekende rechter; deskundigenverhoren vinden zo nu en dan ook voor een meervoudige kamer plaats.5
Volgens de Handleiding regie verlopen de meeste comparities volgens een vast stramien, wat de structuur, rust en de sfeer van de zitting ten goede komt.6 In dit model volgt na de startfase het inhoudelijke gedeelte van de behandeling. Hierin passeren de informatie- of exploratiefase, de onderhandelingsfase en de inlichtingenfase. De zitting wordt afgesloten met de procesplanningsfase en de sluitingsfase. Volgens de Handleiding heeft het model in de praktijk zijn nut bewezen en dient het daarom als richtlijn, maar rechters houden in grote mate de vrijheid de zitting naar eigen inzicht in te richten. De Handleiding richt zich slechts op comparities. Zoals zal blijken zijn in de bijgewoonde pleitzittingen en het deskundigenverhoor gedeeltelijk dezelfde fasen te herkennen. Dit geldt met name voor de start, de informatiegaring, de procesplanning en de sluiting.