Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.6.21:6.8.6.21 Specifieke uitkeringsregel voor de OVBA
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.6.21
6.8.6.21 Specifieke uitkeringsregel voor de OVBA
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395584:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de vormgeving van de OVBA-uitkeringsbepaling is noodzakelijk te bepalen voor wat voor soort transacties de regel zou moeten gelden. Alleen winstuitkeringen of ook andere schuldeisers benadelende transacties? Daarnaast dient vastgesteld te worden wie aansprakelijk moet zijn. Zouden de vennoot en de met het bestuur belaste derde die tot de uitkering hebben besloten en deze vervolgens hebben uitgevoerd aansprakelijk moeten zijn? Zou deze aansprakelijkheid ook moeten gelden voor de vennoten die de uitkering (met of zonder uitkeringsbesluit) hebben ontvangen? Is daarnaast de vennoot die zijn winstdeel opeist ook aansprakelijk? Vervolgens komt de vraag op, welke norm gehanteerd zou moeten worden. Welke maatstaven moeten gebruikt worden bij de vaststelling of een uitkering geoorloofd is? Indien gekozen wordt voor het criterium dat de vennootschap niet meer kan of zou kunnen voldoen aan haar opeisbare schulden komt ook de vraag op naar de voorzienbaarheid dat de vennootschap niet meer zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Wanneer weet of behoorde een vennoot te weten dat de vennootschap in die toestand verkeert? En als deze aansprakelijkheid zou bestaan, is dit dan bijvoorbeeld een gehoudenheid tot terugbetaling gelijk aan de waarde van de uitkering, of dient het bijvoorbeeld een vergoedingsplicht te zijn van het tekort dat is ontstaan door de uitkering? Moet er verder een verjaringstermijn geïntroduceerd worden voor het instellen van de vordering, en zo ja welke termijn moet dit moeten, en dient er een uitzondering gemaakt te worden voor redelijke compensaties? En ten slotte welke plaats zou een eventuele uitkeringsregel voor de OVBA binnen het recht moeten krijgen? Zou een dergelijke bepaling opgenomen moeten worden in Wetsvoorstel Titel 7.13, of wellicht in de faillissementswet? Allemaal vragen die ik in de volgende paragrafen bespreek en waarbij de rechtspraak over de aansprakelijkheid voor kapitaalsvermindering van bestuurders van een Nederlandse kapitaalvennootschap, de specifieke uitkeringsregel die geldt voor de Engelse LLP, de uitkeringsregels die de Amerikaanse LLP beheersen en de regel die voor de flex-BV is ontworpen, van dienst kunnen zijn.