Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.2.6.1:4.2.6.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/4.2.6.1
4.2.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233688:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie eerder Van der Hulle 2018c. Vgl. ook Gillen 2008; May 2010; Howe 2010; Gore en Tarr 2010; Jaffe 2011.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hiervoor besproken zaken maken duidelijk dat lagere Amerikaanse rechters de political question-doctrine vooral toepassen bij politieke beslissingen van de andere staatsmachten die het buitenlands beleid meer in algemene zin vormgeven en de handelingen van het leger of de CIA ter uitvoering van dergelijke beslissingen. Opvallend is dat de doctrine ten slotte ook ter sprake is gekomen in diverse zaken over klimaatverandering: Connecticut v. American Electric Power, California v. General Motors en Comer v. Murphy Oil USA. Deze zaken bespreek ik hierna gezamenlijk.1
Daarbij past wel een belangrijke opmerking vooraf: anders dan in Urgenda, richtten deze zaken zich niet tegen de overheid. In plaats daarvan waren zij gericht tegen de exploitanten van kolencentrales, energiebedrijven en autofabrikanten, en aanhangig gemaakt op initiatief van afzonderlijke deelstaten, lagere overheden, milieuverenigingen en particulieren. Volgens eisers droegen de genoemde bedrijven zodanig bij aan de totale uitstoot van broeikasgassen, en daarmee aan de negatieve gevolgen van klimaatverandering, dat zij mede aansprakelijk konden worden gesteld voor de daardoor geleden en nog te lijden schade. In sommige zaken vroegen eisers ook om vaststelling van emissiegrenswaarden.