Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.15
5.15 Gerechtelijke schikkingen en authentieke akten
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS378227:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 24 vermeldt niet op wiens verzoek de EET-waarmerking dient te geschieden. In COM (2002) 159 def. en COM (2003) 341 def. werd de schuldeiser als de tot het indienen van het verzoek bevoegde partij aangewezen.
De EET-verlening betreft de schikking zelf en niet de homologatie-beslissing door de rechter van lidstaat van herkomst.
HvJ EG 17 januari 1999, C-260/97, Jur. 1999, p. I-3715, NJ 2000, 478 (PV), UnibankfChristensen.
A. Stein, IPRax 2004, p. 189.
Mijns inziens betekent dit een stap richting een Europese notariële akte (M. Zilinsky, WPNR 6497 (2002), p. 505). Art. 26 lid 3 van het oorspronkelijke voorstel (COM (2002) 159 def.) stelde een extra eis voor de EET-waarmerking van een authentieke akte. Een authentieke akte zou slechts met een EET gewaarmerkt kunnen worden, indien de schuldenaar over de gevolgen van de EET-verlening - namelijk dat de akte rechtstreeks in alle lidstaten uitvoerbaar is - was geïnformeerd.
Ingevolge art. 24 kan een schikking betreffende een vordering van een bepaald bedrag op verzoek met een EET worden gewaarmerkt.1 De schikking moet in de loop van een gerechtelijke procedure door een rechter zijn goedgekeurd en tevens uitvoerbaar zijn in de lidstaat waar de schikking werd getroffen. Het verzoek tot EET-verlening moet worden gedaan aan de rechter die de schikking heeft goedgekeurd. Hierbij vult de aangezochte rechter het daartoe bestemde EET-formulier in. Door de EET-waarmerking wordt de gerechtelijke schikking in alle lidstaten uitvoerbaar zonder dat er een verklaring van uitvoerbaarheid nodig is en zonder dat de mogelijkheid bestaat de uitvoerbaarheid te betwisten.2 De uiteindelijke tenuitvoerlegging geschiedt overeenkomstig het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.
Ingevolge art. 25 kan ook een in een lidstaat uitvoerbare authentieke akte betreffende een vordering tot betaling van een bepaald geldbedrag met een EET worden gewaarmerkt. Onder het begrip 'authentieke akte' wordt op grond van art. 4 onder 3 een document verstaan dat als authentieke akte is verleden of geregistreerd en waarvan de authenticiteit betrekking heeft op de ondertekening en de inhoud van de akte, en is vastgesteld door een in de lidstaat van herkomst daartoe bevoegde instantie. Deze definitie sluit aan bij de uitleg die door het HvJ EG aan het begrip 'authentieke akte' in de zin van art 50 EEX-Verdrag is gegeven.3 Het Hof heeft overwogen dat onder dit begrip niet vallen de tussen particulieren opgemaakte akten, ook al zijn deze in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar. Het HvJ EG heeft aangegeven dat art. 50 EEX-Verdrag slechts betrekking heeft op authentieke akten waarvan het authentieke karakter onomstotelijk vaststaat. Dit vereist dus een tussenkomst van een overheidsorgaan of een andere daartoe bevoegde autoriteit in de staat van herkomst, welk orgaan of welke instantie bevoegd is de authenticiteit aan de akte te verlenen. Onder de term 'authentieke akte' in de zin van art. 4 onder 3 EET-Vo wordt ook een alimentatieregeling begrepen die met bestuurlijke autoriteiten (dat wil zeggen een overheidsinstantie) is getroffen of door deze autoriteiten authentiek is verklaard. De EET-waarmerking geschiedt door het invullen van het daartoe bestemde formulier op verzoek door een in de lidstaat van herkomst daartoe aangewezen instantie. De EET-Verordening laat de vrijheid aan de lidstaten over om de tot waarmerking bevoegde instantie aan te wijzen. Dit in tegenstelling tot art. 26 van het voorstel voor de EET-Verordening dat bepaalde dat de EET-waarmerking van een authentieke akte door de instantie zelf geschiedt die aan de akte authenticiteit heeft verleend. Op basis van het voorstel werd derhalve de bevoegdheid tot EET-verlening van een in een notariële akte opgenomen schuldverklaring aan de notaris toegekend die de akte heeft gepasseerd. Art. 25 EET-Vo maakt het mogelijk dat een extra controle bij de EET-verlening wordt ingevoerd.4 De regeling van het voorstel zou mijns inziens tot de invoering van een notariële akte leiden die zonder een eventuele tussenkomst van een andere instantie in de gehele EU uitvoerbaar wordt.5
De feitelijke executie van een notariële akte wordt overeenkomstig het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging verricht. De EET-verlening kan net als een EET-gewaarmerkte beslissing op grond van art. 10 op basis van de beperkte gronden bij de rechter van de lidstaat van herkomst worden betwist. De feitelijke tenuitvoerlegging kan, ingeval er een beroep op art. 10 in de lidstaat van herkomst wordt gedaan, met een procedure ex art. 23 gedeeltelijk tegengehouden worden.