De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.2.5:II.5.2.5 Wetgeving en bestuur
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.2.5
II.5.2.5 Wetgeving en bestuur
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285088:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De artikelen 81 tot en met 88 Gw betreffen de wetsprocedure. Artikel 81 Gw attribueert de bevoegdheid om wetten vast te stellen aan de regering en Staten-Generaal. Zo is voor iedere wet steun van het parlement nodig. De samenstelling van de wetgever is op zichzelf al een vorm van checks & balances. In artikel 82 Gw staat naast het recht van de regering om wetsvoorstellen in te dienen ook het initiatiefrecht van de Tweede Kamer. Artikel 84 Gw waarborgt het amendementsrecht. De regering bekrachtigt het voorstel tot wet op grond van artikel 87 Gw. Het gaat hier om belangrijke bevoegdheden waarbij een sterkere waarborging voor de hand ligt. Stel dat deze bepalingen niet in de Grondwet zouden staan, dan zou de wetgever in één keer de positie van het parlement kunnen verzwakken, bijvoorbeeld door het recht van initiatief, amendement of nog erger het instemmingsrecht van de Tweede Kamer af te schaffen. Dat zou niet passen bij de democratische functie van de Grondwet. Een soortgelijke redenering gaat ook op bij artikel 91 en 105 Gw.
Ik vermeld ook artikel 94 Gw. Dit artikel bepaalt dat wettelijke voorschriften buiten toepassing blijven indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende verdragsbepalingen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties. Bij deze bepaling is het logisch dat er een verzwaarde herzieningsprocedure geldt. Mocht de toepassing van een wet in strijd komen met een (voor de wetgever onwelgevallige) een ieder verbindende verdragsbepaling, dan kan de wetgever niet in één instantie bewerkstelligen dat de inhoud van artikel 94 Gw gewijzigd wordt. Rechters blijven zo in staat om aan verdragen te toetsen.