Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.4.1
5.4.1 Uitvoerbaarheid van de te waarmerken beslissing
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS378223:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit blijkt mijns inziens ook uit het feit dat in het EET-formulier ingevuld moet worden of de beslissing uitvoerbaar is. Is de beslissing niet uitvoerbaar, dan zal dit door de rechter op het formulier worden aangegeven, hetgeen ertoe leidt dat de beslissing niet met een EET gewaarmerkt kan worden. Het formulier biedt niet de mogelijkheid tot het invullen van de datum van het intreden van de uitvoerbaarheid van de beslissing. Zie Bijlage I bij de EET-Verordening onder punt 6.
Wordt tegen de derden geëxecuteerd, dan dient de termijn van acht dagen na de betekening aan de veroordeelde te worden afgewacht.
Zie nader over het begrip 'uitvoerbaarheid': Hugenholtz/Heemskerk (2002), nr. 124.
Art. 6 lid 1 sub a EET-Vo bepaalt dat een beslissing met een EET gewaarmerkt kan worden, indien deze uitvoerbaar is. De verordening geeft niet aan wanneer de uitvoerbaarheid van de beslissing moet intreden. Evenmin wordt aangegeven wat onder uitvoerbaarheid dient te worden verstaan. Uit art. 6 lid 1 sub a EET-Vo vloeit voort dat dit begrip moet worden bepaald door de lex Tori van de rechter die de met een EET te waarmerken beslissing heeft gegeven. Wat het moment van het intreden van de uitvoerbaarheid betreft, moet worden vastgesteld dat de beslissing reeds op het moment van waarmerking uitvoerbaar moet zijn. Zou de beslissing op een later moment dan op het moment van de waarmerking uitvoerbaar worden, dan zou dit ertoe leiden dat de tenuitvoerleggingsinstantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging een nader onderzoek naar de uitvoerbaarheid zou moeten verrichten.1
Wat Nederland betreft, dient te worden opgemerkt dat elke beslissing - behoudens wettelijke uitzonderingen - uitvoerbaar is, nadat de beslissing ingevolge art. 430 lid 3 Rv is betekend aan de partij tegen wie de executie gericht zal worden.2 Er behoeft niet te worden afgewacht, totdat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. De executie kan slechts worden tegengehouden door het instellen van een gewoon rechtsmiddel, aangezien het gewone rechtsmiddel schorsende werking heeft. Dit geldt niet indien de beslissing op verzoek door de rechter uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.3