Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.4.1
8.4.1 Goederenrechtelijk recht
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS394927:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zo bijv. Faber 1997, p. 211, Peter 2007, p. 150, Wibier & Smid 2009, p. 727, Wibier 2012, p. 310, Wibier 2013, p. 287 en Kok 2015, p. 687-688. Vgl. Rank-Berenschot 1992, p. 228. Zie voor Oostenrijk Klang/ Bydlinski 1978, § 1063 ABGB, p. 564-566 die de koper typeert als eigenaar onder opschortende voorwaarde, maar dit recht niet als goederenrechtelijk recht wil kwalificeren, vanwege het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten en het feit dat dit recht nog geen werking heeft. Zie ook Schoordijk 1971, p. 459 die de koper als eigenaar onder opschortende voorwaarde beschouwt, maar gelet op zijn verdere betoog (i.h.b. p. p. 457, voetnoot 4 en p. 462, voetnoot 23) dit recht niet voor overdracht vatbaar acht en dus als enkel toekomstig benadert. In gelijke zin W.M. Kleijn, ‘Leasing en de zakenrechtelijke verhoudingen’, in: W.M. Kleijn & J.S. Rijkels, Leasing, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1989, p. 20-21.
Zoals in hoofdstuk 9, paragraaf 9.6 zal blijken, is dit eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde ook reeds voor vervulling van de voorwaarde tegenwerpbaar aan rechtsopvolgers van de verkoper, met wie de koper niet in een contractuele betrekking staat.
Zie hierna in paragraaf 8.5.1.
Anders: Nieskens-Isphording 1997, p. 107 en Nieuwesteeg 2015, p. 169 en p. 173. Zie ook Kortmann 1992, p. 204 die spreekt van een persoonlijke aanspraak met goederenrechtelijke eigenschappen.
Vgl. Rank-Berenschot 1992, p. 229, Scheltema 2003, p. 337-338 en Peter 2007, p. 148 en Scheltema 2013, p. 162.
Voor huurkoop is nog uitdrukkelijk bevestigd in HR 25 mei 1962, NJ 1962, 256 dat art. 1576l lid 2 BW (oud) niet in die zin moet worden geïnterpreteerd.
Zie uitgebreid hierna in paragraaf 8.5.1.
Aangezien het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde ogenschijnlijk een eigendomsrecht is, ligt de kwalificatie als goederenrechtelijk recht voor de hand. Soms wordt de term ‘eigenaar onder opschortende voorwaarde’ in de literatuur daarentegen ook wel uitsluitend gebruikt om op beeldende wijze te beschrijven hoe de rechtspositie van partijen zich laat typeren gedurende de periode van onzekerheid, zonder dat daarmee daadwerkelijk op een goederenrechtelijk eigendomsrecht wordt gedoeld.1 Bovendien zou ook de omstandigheid dat de opschortende voorwaarde verhindert dat aan het eigendomsrecht reeds werking toekomt, mogelijk in de weg kunnen staan aan de kwalificatie van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde als goederenrechtelijk recht.
Desalniettemin moet worden aangenomen dat het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde een daadwerkelijk goederenrechtelijk recht is. Het goederenrechtelijk karakter van dit eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde volgt uit de tegenwerpbaarheid van het recht aan derden.2 De verkrijging van het voorwaardelijk eigendomsrecht door de koper gaat namelijk gepaard met – of sterker nog: bewerkstelligt – een beperking van het eigendomsrecht van de ver koper. Doordat de verkoper nog slechts eigenaar onder ontbindende voorwaarde is, kan hij nog slechts beschikken over dit door de voorwaarde beperkte eigendomsrecht, terwijl ook diens schuldeisers zich nog slechts op dit recht kunnen verhalen. De afsplitsing van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde is daarmee tegenwerpbaar aan schuldeisers van de verkoper en derden aan wie de verkoper de zaak nadien vervreemdt. Deze tegenwerpbaarheid aan derden is een sterke indicatie voor het goederenrechtelijk karakter van het recht van de koper.3
Een tweede belangrijke aanwijzing voor het goederenrechtelijk karakter van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde is de positie van de koper indien de verkoper als beschikkingsonbevoegde over de zaak heeft beschikt. Zoals hierna nog zal worden onderbouwd, kan de koper het eigendomsrechtonder opschortende voorwaarde gedurende de periode van onzekerheid tegenwerpen aan de eigenaar, over wiens zaak de verkoper heeft beschikt, indien de koper te goeder trouw is op het moment van de machtsverschaffing van artikel 3:91 BW en ook voor het overige aan de vereisten van artikel 3:86 BW is voldaan. De koper verkrijgt op dat moment een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde en kan dit recht – ook reeds vóór vervulling van de voorwaarde – tegenwerpen aan de eigenaar onder ontbindende voorwaarde met wie hij in geen enkele contractuele betrekking staat.4 Deze situatie illustreert het zaaksgevolg en de derdenwerking van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde, hetgeen bevestigt dat sprake is van een goederenrechtelijk recht.5
Dat er ook min of meer persoonlijke rechten bestaan waarbij dergelijke goederenrechtelijke trekken zijn te ontwaren, zoals voor het recht van de huurder blijkt uit artikel 7:226 BW, doet aan het voorgaande niet af.6 Bij dergelijke rechten is namelijk sprake van een uit overeenkomst voortvloeiend recht, waarbij de derdenwerking wordt gerealiseerd door rechtsopvolgers te binden aan de desbetreffende overeenkomst, door de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst te laten overgaan op deze rechtsopvolgers.7 De bevoegdheden van de huurder blijven hun grondslag vinden in de huurovereenkomst en hebben derhalve nog altijd een persoonlijk karakter. Artikel 7:226 BW bewerkstelligt enkel dat de overeenkomst ook tegen derden geldend kan worden gemaakt. Van een dergelijke overgang van de contractuele relatie is bij het eigendomsvoorbehoud geenszins sprake in het geval dat de verkoper zijn voorbehouden eigendomsrecht overdraagt aan een derde. De overeenkomst blijft bestaan tussen de verkoper en de koper.8 De tegenwerpbaarheid van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde aan de verkrijger van het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde volgt uit het goederenrechtelijk karakter van dit recht. Vergelijkbaars geldt voor de tegenwerpbaarheid van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde aan de eigenaar onder ontbindende voorwaarde, indien de koper dit recht heeft verkregen van een beschikkingsonbevoegde verkoper. De eigenaar onder ontbindende voorwaarde is niet gebonden aan de tussen verkoper en koper gesloten overeenkomst, maar moet (de gevolgen van) deze beschikking wel reeds voor vervulling van de voorwaarde tegen zich laten gelden.9