Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/112
Procesrecht. Dwangsom. Verjaring rechterlijke uitspraak (art. 3:324 lid 1 Rv); stuiting verjaring dwangsom (art. 611g lid 1 Rv) door aanhangig maken executiegeschil?
HR 20-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1904
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04927
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1904, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1005, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑01‑2024
- Wetingang
Art. 3:316, 3:324 BW; art. 611g Rv
Samenvatting
Art. 3:324 BW is niet van toepassing op de vordering tot betaling van verbeurde dwangsommen die voortvloeit uit de uitspraak waarbij de dwangsommen zijn opgelegd; daarvoor geldt de verjaringstermijn van art. 611g lid 1 Rv (HR 29 juni 2012, NJ 2013/508, m.nt. A.I.M. van Mierlo). De verjaring van dwangsommen wordt onder meer gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.