RvdW 2024/948:Profijtontneming, w.v.v. uit productie van en handel in valse bankbiljetten. 1. Methode van voordeelsberekening, art. 6 EVRM. Ontoelaatbare verrassingsbeslissing hof doordat hof vaststelling van totaal aantal door deze dadergroep geproduceerde bankbiljetten en berekening van daarmee behaalde omzet heeft ontleend aan een in hoger beroep opgemaakt aanvullend p-v en daarmee is afgeweken van eerder door politie, OM en Rb gehanteerde berekening, terwijl verdediging tijdens inhoudelijke behandeling niet beschikte over aanvullend p-v? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Er is geen sprake van ontoelaatbare verrassingsbeslissing. Hof heeft bij vaststelling van w.v.v. niet in strijd gehandeld met beginselen van een behoorlijke procesorde en art. 6 EVRM. Enkele omstandigheid dat verdediging t.t.v. inhoudelijke behandeling niet beschikte over aanvullend p-v doet hier niet aan af. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2024/947, RvdW 2024/949, RvdW 2024/950, RvdW 2024/952, RvdW 2024/953, RvdW 2024/954 en RvdW 2024/955.