Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1160
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van Hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5 lid 2 en 6 lid 2 Wet RO. 2. Bewijsklachten voorwaardelijk opzet. Pleitbaar standpunt dat verdachte AOV-premies als aftrekpost mocht opvoeren in aangiften IB, nu deze premies op verdachte hebben ‘gedrukt’. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1562
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/02120
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal strafrecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1562, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:949, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
Essentie
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting, meermalen gepleegd (art. 69 AWR). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van Hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5 lid 2 en 6 lid 2 Wet RO. 2. Bewijsklachten voorwaardelijk opzet. Pleitbaar standpunt dat verdachte AOV-premies als aftrekpost mocht opvoeren in aangiften IB, nu deze premies op verdachte hebben ‘gedrukt’. HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02120
Datum 19 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.