Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.9
4.7.9 Inslag in belastingentrepot
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304053:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 71 lid 1 onderdeel d Wa.
Art. 31 lid 1 UB Accijns.
Hof ’s-Hertogenbosch 24 september 2002, nr. 93/03004, LJN AE9614, r.o. 4.6.
De specificatie mag achterwege blijven als de vergunninghouder per aangiftetijdvak van een relatief groot aantal afnemers accijnsgoederen terugontvangt, het accijnsbedrag per terugontvangen zending relatief gering is, of de administratie van de vergunninghouder naar het oordeel van de inspecteur voldoende inzicht verschaft in de hoeveelheid en het accijnsbedrag van de terugontvangen accijnsgoederen. Paragraaf 14.8 onderdeel 3 LA.
Art. 53 Wa. Art. 31 lid 2 UB Accijns.
Derhalve binnen de driemaandentermijn van art. 32 UB Accijns.
Hof ’s-Gravenhage 22 oktober 2003, nr. 02/03523, LJN AN9882.
Teruggaaf van accijns wordt verleend voor veraccijnsde accijnsgoederen die worden ingeslagen in, ofwel: worden gebracht binnen een belastingentrepot die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen.1 Deze teruggaafmogelijkheid heeft tot doel te voorkomen dat dergelijke accijnsgoederen twee maal aan accijnsheffing worden onderworpen. Er wordt immers opnieuw accijns verschuldigd bij de uitslag van die accijnsgoederen uit dat belastingentrepot. De teruggaaf wordt verleend aan de vergunninghouder in wiens belastingentrepot de goederen zijn ingeslagen, mits uit diens administratie blijkt dat de goederen in zijn belastingentrepot zijn opgenomen.2
De vergunninghouder is uit wiens belastingentrepot de accijnsgoederen zijn uitgeslagen is niet degene aan wie teruggaaf wordt verleend.3 De accijnsgoederen ontvangende vergunninghouder heeft aanspraak op de teruggaaf en brengt daartoe het bedrag waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt gespecificeerd4 in mindering op het bedrag dat hij op aangifte moet voldoen over het tijdvak waarin de desbetreffende accijnsgoederen binnen zijn belastingentrepot zijn ingeslagen.5 Als deze verrekening ertoe leidt dat het bedrag van de aangifte negatief wordt, wordt op het verzoek om teruggaaf bij beschikking beslist. De beschikking wordt dan genomen tot het feitelijk terug te geven bedrag. Leidt de verrekening niet tot een negatief bedrag, dan blijft een dergelijke beschikking achterwege. Een beschikking heeft dan geen betekenis, omdat het teruggevraagde bedrag immers al op aangifte verrekend. Wordt te veel op aangifte verrekend, dan wordt de te weinig voldane accijns nageheven.6
Een handelaar in minerale oliën, vergunninghouder van een belastingentrepot, heeft in december 1998 van een niet-vergunninghouder in het vrije verkeer gasolie aangekocht en in januari 1999 ingeslagen in zijn belastingentrepot. Deze gasolie is hem gefactureerd in 1999 met accijnstarief 1998. Bij de aangifte over de maand januari 19997 heeft de handelaar accijns teruggevraagd naar het accijnstarief 1999. De accijns welke teveel is teruggegeven, is in 2001 bij hem nageheven.8