Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.21
4.7.21 Vervaardigen buiten belastingentrepot
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299304:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 11 Accijnsrichtlijn. Art. 5 lid 1 onderdeel a Wa.
Art. 6 lid 1 onderdeel b Accijnsrichtlijn. Art. 2f Wa.
Art. 1a lid 1 onderdeel b Wa.
Als bedoeld in art. 2 lid 2 onderdeel a DW.
Als bedoeld in art. 5 lid 3 Wa.
Art. 51a onderdeel f Wa.
Art. 52a onderdeel d Wa.
Art. 53a lid 1 Wa.
HR 12 april 2002 en 24 augustus 1999, nr. 34.164 (Van de Water), BNB 2002/226 en BNB 1999/383c, FED 2002/241. HR 12 april 2002, nr. 34.161, FED 2002/239, BNB 2002/227. HR 12 april 2002, nr. 34.162, FED 2002/240, BNB 2002/228. Hof Amsterdam 2 december 2002, nr. 02/2840, LJN AF2769, r.o. 5.3.1, voortzetting van HR 12 april 2002, nr. 34.162, BNB 2002/228.
Hof Arnhem 9 april 2002, nr. 00/01504, LJN AE2651.
Hof Amsterdam 2 december 2002, nr. 02/02840, LJN AF2769, r.o. 5.3.2, voortzetting van HR 12 april 2002, nr. 34.162, BNB 2002/228.
De lidstaten stellen met inachtneming van de bepalingen van de Accijnsrichtlijn zelf voorschriften inzake de productie (vervaardiging), be- en verwerking en het voorhanden hebben van accijnsgoederen vast. Het is verboden een accijnsgoed te produceren ofwel vervaardigen buiten een belastingentrepot.1 Bij overtreding van dit verbod is per definitie sprake van uitslag.2 Het begrip vervaardigen is gedefinieerd als elk handelen waarbij of waardoor een accijnsgoed ontstaat of de samenstelling van een accijnsgoed wordt gewijzigd.3 Het verbod een accijnsgoed te vervaardigen buiten een belastingentrepot is niet van toepassing als de vervaardiging plaatsvindt overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de Douanewet (DW)4 of een van de uitzonderingsbepalingen van toepassing is.5 Zoals gezegd, verloopt de heffing en de invoering eveneens naar het nationaal recht van de lidstaten. In Nederland wordt de accijns geheven van degene die het accijnsgoed vervaardigt.6 De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de vervaardiging van het accijnsgoed in Nederland.7 Uiterlijk op de dag daarna moet de accijns op aangifte worden voldaan.8
Als een accijnsgoed door twee of meer personen wordt vervaardigd, rust op ieder van hen – afzonderlijk of gezamenlijk – de plicht aangifte te doen. Aan die plicht is voldaan, zodra een van hen de vereiste aangifte heeft gedaan. Wanneer het doen van aangifte achterwege is gebleven, verzetten zich de wettelijke bepalingen noch enig rechtsbeginsel ertegen dat op dezelfde dag aan elk van degenen die het accijnsgoed hebben vervaardigd, naheffingsaanslagen voor het volle bedrag van de accijns worden opgelegd. Zo’n naheffingsaanslag kan niet worden opgelegd aan personen die slechts ondergeschikte hulpwerkzaamheden hebben uitgevoerd, zoals het vullen van flessen, vaten of andere verpakkingsmiddelen of het vervoeren van de vervaardigde accijnsgoederen.9 Invoer, doorvervoer en verkoop van illegale sigaretten zijn geen ondergeschikte hulpwerkzaamheden10, evenmin als het mengen van alcohol, water en essences, waardoor jenever ontstaat en daarmee de samenstelling van een accijnsgoed is gewijzigd, zodat een accijnsgoed is vervaardigd.11