Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.19
4.7.19 Voorstel EC voorhanden hebben voor eigen verbruik
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304056:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatieverslag art. 7 t/m 10 en wijzigingsvoorstel Accijnsrichtlijn EC 2004. Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 335, p. 20-23.
HvJ EG 23 november 2006, nr. C-5/05, staatssecretaris vs. B.F. Joustra, Jur. 2006, p. I-11075, r.o. 38.
Conclusie A-G Jacobs van 1 december 2005 voor HvJ EG 23 november 2006, nr. C-5/05, staatssecretaris vs. B.F. Joustra, Jur. 2006, p. I-11075, r.o. 64.
HvJ EG 23 november 2006, nr. C-5/05, staatssecretaris vs. B.F. Joustra, Jur. 2006, p. I-11075, r.o. 46.
Vgl. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd, J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605.
Vgl. Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 335, p. 22-23.
Volgens een voorstel van de EC komt – hoegenaamd met uitzondering van tabaksproducten – het vereiste te vervallen, dat de particulier de goederen in de lidstaat van herkomst zelf voor eigen persoonlijk verbruik heeft verkregen en deze zelf persoonlijk vervoert naar het land van bestemming.1 Zo het voorstel door de Raad wordt aangenomen, wordt de Accijnsrichtlijn aangepast om te verduidelijken wanneer sprake is van handelsverkeer en wanneer van particulier verkeer. Voortaan mag dan het vervoer ook door een derde geschieden, mits dit vervoer geschiedt in opdracht van de particulier in de lidstaat van bestemming. De accijns blijft verschuldigd in de lidstaat van herkomst. In de Joustra-zaak (2006) heeft de EC het standpunt ingenomen dat om het internemarktbeginsel veilig te stellen, de voorwaarde van persoonlijk verbruik niet aldus mag worden uitgelegd, dat de particulier noodzakelijkerwijs de accijnsgoederen zelf moet vergezellen. De bedoeling van deze voorwaarde is immers enkel het strikt persoonlijke karakter van het voorhanden houden van accijnsgoederen te kunnen vaststellen. Wanneer een particulier zoals Joustra het initiatief neemt om een derde met het vervoer van accijnsproducten te belasten en dat vervoer organiseert alsof hij daar zelf voor instaat, kan het strikt persoonlijke karakter van het voorhanden houden van de producten evenzeer worden nagegaan. De Joustra-zaak (2006) verschilt daarmee van de casus die tot het arrest-The Man in Black (1998) aanleiding heeft gegeven. Bij misbruik kunnen de lidstaten bovendien weigeren het interne-marktbeginsel toe te passen.2 De EC benadrukt dat restrictieve uitleg van het vereiste van persoonlijk verbruik voor de burger een achteruitgang zou betekenen vergeleken met de situatie van vóór de inwerkingtreding van de Accijnsrichtlijn, omdat volgens het toentertijd vigerende accijnsregime persoonlijke goederen die in het kader van een verhuizing naar een andere lidstaat werden overgebracht en kleine verzendingen tussen particulieren waren vrijgesteld in de lidstaat van invoer. Volgens de A-G Jacobs (2005) in zijn conclusie voor de Joustra-zaak moet in elke zinnige uitleg ook het delen met familie of vrienden en het geven van persoonlijke geschenken vallen.3 Het HvJ EG erkent dat de Accijnsrichtlijn op dit punt een leemte bevat, maar dat die alleen kan worden verholpen met een EC-voorstel aan de Raad.4
Een stevige kanttekening bij het EC-voorstel is op zijn plaats. Het voorstel kan alleen de goede werking van de interne markt bevorderen wanneer tegelijkertijd de tarieven worden geharmoniseerd. Het voorstel biedt ruimte voor grootschalig semi-ondernemingsgewijs ontgaan van accijns door personen die, met gebruikmaking van de nog altijd bestaande tariefsverschillen tussen de lidstaten, naar analogie van de formule van The Man in Black, in opdracht, op naam en voor rekening van particulieren accijnsgoederen aankopen en deze vervoeren naar de lidstaten waar die particulieren wonen.5 Vooral dreigt de goede werking van de interne markt te worden gefrustreerd door concurrentievervalsende grensoverschrijdende aankopen door particulieren in lidstaten met een nultarief of een bijna-nultarief op wijnen. De versoepeling vervalst de mededinging en werkt dus a-neutraal en contraproductief aan het streven naar verdere harmonisatie van accijnstarieven.6 Maar bedacht moet worden dat de EC wel eens het omgekeerde voor ogen zou kunnen staan door met haar voorstel als verborgen agenda de lidstaten juist tot een verdergaande stap op weg naar de voor de goede werking van de interne markt zeer noodzakelijke accijnstariefharmonisatie te willen prikkelen.