Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.16
4.7.16 Alsnog gebleken commerciële bestemming
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS302894:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Op basis van art. 7, art. 9 of art. 10 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 7 en art. 9 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 10 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 23 november 2006, nr. C-5/05, staatssecretaris vs. B.F. Joustra, Jur. 2006, p. I-11075, r.o. 29.
Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 5, p. 19.
Art. 7 lid 6, art. 10 lid 4 en art. 22 lid 4 Accijnsrichtlijn. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd., J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605, r.o. 42.
De zevende overweging van de considerans van de Accijnsrichtlijn luidt: ‘Overwegende dat de lidstaten met een aantal criteria rekening moeten houden teneinde te kunnen bepalen dat accijnsproducten niet voor eigen gebruik maar voor handelsdoeleinden voorhanden worden gehouden’. Het uitgangspunt dat in geval van eigen verbruik de accijnsheffing plaatsvindt in de lidstaat van verkrijging, sluit niet uit dat bij een alsnog gebleken commerciële bestemming van de goederen vervolgens toch wegens voorhanden hebben accijns wordt geheven in de lidstaat van bestemming.1 Met betrekking tot reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen wordt pas aan heffing in de lidstaat van bestemming of de lidstaat van aankomst van de goederen toegekomen, indien sprake is van voorhanden hebben van deze goederen voor handelsdoeleinden2
of van verkoop op afstand.3 Bij verkoop op afstand is de leveringsconditie franco huis of franco bedrijf. Het daaruit volgende vervoer van de goederen voor rekening en risico van de verkoper wordt als commerciële handeling beschouwd. Zoals blijkt uit de zevende overweging van de considerans van de richtlijn, moeten goederen die niet voor persoonlijk verbruik voorhanden worden gehouden, derhalve voor de toepassing van de Accijnsrichtlijn worden geacht voor handelsdoeleinden voorhanden te worden gehouden.4
Van goederen voor persoonlijk verbruik is, zoals gezegd, de accijns verschuldigd in de lidstaat waar zij worden aangekocht, zonder dat voor het vervoer ervan naar een andere lidstaat een bepaald document is voorgeschreven. Op luchthavens en in zeehavens kan in de meeste gevallen op eenvoudige wijze worden vastgesteld of een persoon een lidstaat binnenkomt vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land. In andere gevallen moet er in beginsel van worden uitgegaan dat de goederen uit een andere lidstaat zijn meegenomen of dat bij binnenkomst in een andere lidstaat uit een derde land reeds aan de verplichtingen is voldaan.5 Ter voorkoming van dubbele accijnsheffing kan de accijns die in de lidstaat van herkomst is voldaan, worden gerestitueerd.6 Dubbele accijnsheffing is van tijdelijke aard en daarom door de gemeenschapswetgever aanvaard. Wordt niet voldaan aan de voorschriften van de accijnsheffing, dan kan permanente dubbele accijnsheffing optreden.