Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.23
4.7.23 Onregelmatig voorhanden hebben
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298065:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4 onderdeel b en onderdeel c, art. 11 lid 2, art. 12 en art. 15 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 6 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 7 lid 3 Accijnsrichtlijn. Overweging 4 considerans Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, BNB 2001/204, r.o. 41-42.
Art. 20 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld 15 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Kamerstukken II 1991/92, 22 697, nr. 3, p. 39. Par. 21.1 LA 1997.
Art. 6 lid 1 tweede volzin aanhef en onderdeel a Accijnsrichtlijn.
Art. 6 lid 1 eerste volzin aanhef jo. art. 14 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 6 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 19 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 5 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, BNB 2001/204, r.o. 41.
Art. 20 Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 3 slotzin Accijnsrichtlijn.
Art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 12 december 2002, nr. C-395/00, Distillerie Fratelli Cipriani SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 2002, p. I-11877, r.o. 51-54.
HvJ EG 24 oktober 1996, nr. C-32/95 P, EC vs. Lisrestal – Organização Gestão de Restaurantes Colectivos Ldª, Gabinete Técnico de Informática Ldª (GTI), Lisnico – Serviço Marítimo Internacional Ldª, Rebocalis – Rebocagem e Assistência Marítima Ldª en Gaslimpo – Sociedade de Desgasificação de Navios SA, Jur. 1996, p. I-5373, r.o. 21. HvJ EG 21 september 2000, nr. C-462/98 P, Mediocurso – Estabelecimento de Ensino Particular Ld.2 vs. EC, Jur. 2000, p. I-7183, r.o. 36.
Als bedoeld in art. 15 lid 3 en art. 18 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 19 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 18 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Als bedoeld in art. 20 lid 3 Accijnsrichtlijn.
HvJ EG 12 december 2002, nr. C-395/00, Distillerie Fratelli Cipriani SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 2002, p. I-11877, r.o. 50.
Wanneer accijnsgoederen buiten het gesloten circuit van belastingentrepots, en dus buiten de schorsingsregeling1 worden aangetroffen, worden deze geacht ooit buiten de schorsingsregeling om te zijn ingevoerd of vervaardigd of onregelmatig aan de schorsingsregeling onttrokken, en derhalve tot verbruik uitgeslagen.2 De accijns is verschuldigd door een ieder die de goederen voorhanden heeft of verbruikt binnen de onderneming of publiekrechtelijke lichaam.3 Het enkele voorhanden hebben van een accijnsgoed vormt uitslag tot verbruik, wanneer van dat goed nog geen accijns is voldaan overeenkomstig de geldende communautaire bepalingen en nationale wetgeving.4
Wanneer tijdens het overbrengen van accijnsgoederen een onregelmatigheid of een overtreding is vastgesteld waardoor accijns verschuldigd wordt, moet de accijns worden voldaan in de lidstaat waar de onregelmatigheid of de overtreding is begaan5, en wel door de natuurlijke of rechtspersoon die zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de accijns6, zulks onverminderd het instellen van strafvorderingen. Wanneer de accijns wordt ingevorderd in een andere lidstaat dan die van vertrek, stelt de lidstaat die de invordering verricht, de fiscale autoriteit van de lidstaat van vertrek daarvan in kennis.7
Onder het begrip ‘onregelmatigheid of overtreding‘ moet worden verstaan:
1 onregelmatigheden of overtredingen met betrekking tot het gebruik van het AGD; en
2 iedere afwijking tussen de gegevens vermeld in het AGD en de feitelijke toestand tijdens of bij beëindiging van de schorsingsregeling die als een onregelmatigheid of overtreding moet worden beschouwd.
Bij het belastbare feit van de ‘onregelmatigheid of overtreding met betrekking tot accijnsgoederen’ kan worden gedacht aan situaties waarin accijnsgoederen vanuit een belastingentrepot naar een ander belastingentrepot worden overgebracht en bij aankomst blijkt dat de goederen niet of slechts gedeeltelijk op de bestemde plaats zijn aangekomen of aan situaties waarin het AGD niet voor zuivering naar de afzender wordt teruggezonden.8
De accijnsschuld ontstaat ter zake van onttrekking, ook op onregelmatige wijze, aan een schorsingsregeling9 dan wel ter zake van tekorten.10 De lidstaat waar deze accijnsschuld ontstaat is de lidstaat waar de onregelmatigheid of de overtreding is begaan.11 Wanneer accijnsgoederen niet op de plaats van bestemming aankomen en niet kan worden vastgesteld waar de overtreding of de onregelmatigheid is begaan, wordt deze overtreding of onregelmatigheid geacht te zijn begaan in de lidstaat van vertrek12, zulks onverminderd de richtlijnbepalingen omtrent de verschuldigdheid.13
Doorgaans krijgt de afzender kennis van een overtreding of onregelmatigheid, wanneer het gecertificeerde exemplaar van het AGD hem door het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap niet wordt teruggestuurd.14 Wanneer geen zuivering plaatsvindt, moet de afzender de fiscale autoriteit van zijn lidstaat daarvan in kennis stellen.15
Nu de nationale fiscale autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de belastingschuld, zodra de accijns verschuldigd wordt, daadwerkelijk wordt ingevorderd16, is het doel van de regeling in de Accijnsrichtlijn inzake onregelmatigheden en overtredingen17
met name om te bepalen welke lidstaat bevoegd is voor de invordering van de accijns op de producten wanneer tijdens het verkeer een overtreding of een onregelmatigheid is begaan.
De lidstaat van vertrek vordert de accijns in tegen het op de datum van verzending van de accijnsgoederen geldende tarief, tenzij binnen een termijn van vier maanden vanaf de datum van verzending van de goederen, naar genoegen van de bevoegde autoriteit wordt aangetoond dat de handeling regelmatig was of op welke plaats de overtreding of de onregelmatigheid daadwerkelijk werd begaan.18 Met de viermaandentermijn wordt beoogd de afzender of in voorkomend geval degene die zekerheid voor de betaling van de accijns heeft gesteld een zekere mate van bescherming bij de invorderingsprocedure te verlenen. De lidstaten treffen zelf de nodige maatregelen om op te treden tegen overtredingen of onregelmatigheden en doeltreffende straffen op te leggen.19 In het Cipriani-arrest (2002) heeft het HvJ EG beslist, dat de regeling inzake onregelmatigheden en overtredingen20 geen toepassing kan vinden voor zover de viermaandentermijn voor het leveren van bewijs dat de handeling regelmatig was of op welke plaats de onregelmatigheid of de overtreding daadwerkelijk was begaan, wordt tegengeworpen aan een ondernemer die zekerheid voor de betaling van de accijns heeft gesteld, maar niet in staat is geweest om tijdig te vernemen dat geen zuivering van de schorsingsregeling heeft plaatsgevonden.21 Naar de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht is het in elke procedure die tot bezwarende besluiten of sancties kan leiden immers vereist, dat de geadresseerden van die besluiten of sancties in staat worden gesteld hun standpunt naar behoren kenbaar te maken.22
Cipriani heeft een alcoholdistilleerderij en als vergunninghouder van een belastingentrepot verscheidene zendingen van alcoholhoudende dranken onder de schorsingsregeling verricht die onder het stellen van zekerheid en begeleiding van het AGD waren bestemd voor uitvoer naar derde landen via een of meerdere lidstaten.23 Bij uitvoer van accijnsgoederen die zich onder de schorsingsregeling bevinden, vindt de zuivering van deze regeling plaats door certificering door het douanekantoor van uitgang24, hetgeen wil zeggen dat de goederen de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten.
Dat kantoor moet de afzender het voor hem bestemde gecertificeerde exemplaar van het AGD terugsturen.25 De Italiaanse fiscale autoriteit heeft in het kader van de administratieve samenwerking op accijnsgebied de Duitse fiscale autoriteit verzocht om een aantal AGD’n te verifiëren. Bij die verificaties is gebleken dat het stempel op de betrokken documenten die Cipriani voor de uit te voeren goederen had ontvangen ten teken dat de goederen het grondgebied van de Gemeenschap hadden verlaten, was vervalst. Omdat dit feit een onregelmatigheid in de zin van de Accijnsrichtlijn en van de geldende nationale bepalingen opleverde, heeft het Ufficio Tecnico di Finanza di Trento diverse UTB’s betekend aan Cipriani, die als vergunninghouder van verzending instond voor de betaling van de accijns in geval van een geconstateerde onregelmatigheid, van in totaal € 13,6 miljoen voor 82 zendingen neutrale melassealcohol die zich onder de schorsingsregeling bevonden. De betekeningen hebben plaatsgevonden na afloop van de viermaandentermijn.26 Eerst bij deze betekeningen heeft Cipriani kunnen vernemen, dat de stempelafdruk op de AGD’n vervalst was.27