Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.14:4.7.14 Bewijsregeling handelsdoeleinden
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.14
4.7.14 Bewijsregeling handelsdoeleinden
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298063:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7 lid 1 en lid 2 en art. 9 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Art. 8 Accijnsrichtlijn.
Ingevolge art. 9 lid 2 Accijnsrichtlijn mogen deze indicatieve niveaus in ieder geval niet lager zijn dan 800 stuks sigaretten, 400 stuks cigarillo's, 200 stuks sigaren, 1 kilogram rooktabak, 10 liter gedistilleerde dranken, 20 liter intermediaire producten, 90 liter wijn en 110 liter bier.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In geval van veraccijnsde goederen die in een andere lidstaat voor handelsdoeleinden voorhanden worden gehouden, wordt de accijns verschuldigd in de lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen zich bevinden, door degene die ze voorhanden heeft (bestemmingslandbeginsel).1 Daarnaast geldt, dat van goederen die particulieren voor eigen persoonlijk verbruik hebben verkregen en door hen persoonlijk zijn vervoerd, de accijns wordt geheven in de lidstaat van verkrijging (internemarktbeginsel).2
Ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van deze regels wordt opgetreden tegen personen die dergelijke veraccijnsde goederen aankopen voor andere doeleinden dan eigen verbruik, derhalve voor handelsdoeleinden. Om vast te stellen of accijnsgoederen voor handelsdoeleinden zijn bestemd, biedt de Accijnsrichtlijn een begin van een bewijsregeling. De toetspunten zijn de zakelijk status en de beweegredenen van degene die de goederen voorhanden heeft, de plaats waar deze goederen zich bevinden of, in voorkomend geval, de gebruikte wijze van vervoer, elk document betreffende deze goederen, de aard en de hoeveelheid van deze goederen, de indicatieve normhoeveelheden voor eigen verbruik3 en atypisch vervoer in geval van minerale oliën. De lidstaten kunnen zelf een doortimmerde bewijsregeling in het leven roepen, waarvoor de Accijnsrichtlijn deze niet-limitatieve, indicatieve criteria bevat.