Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.28
4.7.28 Uitvoer
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS305308:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1991/92, 22 697, nr. 3, p. 25.
Art. 71 lid 1 onderdeel b Wa.
Art. 71 lid 1 onderdeel c Wa.
Art. 4 onderdeel 8 CDW.
Art. 3 lid 1 UB Accijns.
Art. 19 lid 4 Accijnsrichtlijn.
Art. 793 lid 6bis UCDW. Op alle exemplaren van het AGD wordt in rood de vermelding 'Export'geplaatst, voorzien van een stempelafdruk van het dienststempel. Op het exemplaar nr. 3 van de aangifte ten uitvoer wordt verwezen naar het AGD en omgekeerd. In geval van constatering van verschillen worden deze aangetekend op het AGD.
Art. 793 lid 3 UCDW.
Art. 3 lid 4 UB Accijns.
In vak 33 van het Enig Document moet de desbetreffende GN-code worden ingevuld. In vak 44 van het Enig Document moet duidelijk worden aangegeven dat het vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns betreft. Een kopie van het eerste exemplaar van het Enig Document moet door de verzender bij zijn administratie worden bewaard. Art. 2a lid 7 UB Accijns.
HvJ EG 12 december 2002, nr. C-395/00, Distillerie Fratelli Cipriani SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 2002, p. I-11877, r.o. 51-54.
Vgl. HR 27 januari 2006, nr. 39.810, LJN AV0398, r.o. 5.2.
Art. 2 lid 2 onderdeel a DW.
Art. 30 UB Accijns.
Als bedoeld in art. 3 lid 3 UB Accijns.
Art. 793 lid 6bis UCDW.
Besluit van de staatssecretaris van 15 juli 2003, nr. CPP2003/1744M.
Als bedoeld in art. 71 lid 1 onderdelen c en f Wa.
Art. 35 UR Accijns.
Tot 1 juli 1999 werd vrijstelling van accijns verleend voor accijnsgoederen die vanuit een AGP op een luchthaven of op een haventerrein (taxfree shops) werden verkocht aan reizigers met een bestemming gelegen in een andere lidstaat of in een derde land (art. III van de Wet van 24 december 1992 tot wijziging van de Wet op de accijns in verband met de afschaffing van de fiscale grenzen, Stb. 1992, 711). Met ingang van 1 juli 1999 eindigde de communautaire overgangsbepaling die een accijnsvrije levering aan reizigers in het verkeer binnen de Gemeenschap mogelijk maakte (art. 28 Accijnsrichtlijn).
Art. 3 lid 1 onderdeel b UB Accijns. Besluit van 23 juni 1999 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit accijns (taxfree verkopen met ingang van 1 juli 1999), NvT, Stb. 1999, 259, p. 3.
Art. 40 lid 2 Wa.
Art. 40 lid 3 Wa. Art. 18 onderdeel e UR Accijns.
4.7.28.1 Geen belastbaar feit
Niet als uitslag wordt aangemerkt het brengen van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een derde land. Onder derde land wordt verstaan: elke plaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap. Hoewel geen belastbaar feit, behoort de uitvoer van goederen uit de Gemeenschap te worden behandeld tezamen met de invoer van goederen in de Gemeenschap.
Uitvoer is het overbrengen van communautaire accijnsgoederen van een lidstaat van de Gemeenschap naar een derde land. Voor accijnsgoederen die worden gebracht naar een derde land geldt het uitgangspunt dat op deze goederen geen accijns meer mag rusten. Daarom heeft uitvoer doorgaans plaats rechtstreeks vanuit het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots, het stelsel van de schorsing van de accijns1, maar ook kunnen accijnsgoederen vanuit de verbruikssfeer worden gebracht naar een derde land of daaraan voorafgaand naar een douane-entrepot of naar een plaats voor douaneopslag, met het doel dat die accijnsgoederen niet binnen de Gemeenschap zullen worden verbruikt en daarop dan ook geen accijns meer drukt.2 In deze laatste gevallen is voorzien in teruggaaf van accijns. Die teruggaaf bij uitvoer wordt verleend voor accijnsgoederen die zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling met als bestemming een derde land.3
4.7.28.2 Douaneregelingen waardoor de douanestatus van goederen wijzigt (aangifte ten uitvoer)
Plaatsing van goederen onder de douaneregeling uitvoer, de aangifte ten uitvoer, waardoor eveneens de douanestatus van de goederen wijzigt, is het tegenovergestelde van de aangifte ten invoer. Deze douaneregeling maakt het mogelijk dat communautaire goederen het douanegebied van de Gemeenschap verlaten. Verlaten communautaire goederen metterdaad het douanegebied, dan verkrijgen deze goederen hierdoor de douanestatus van niet-communautaire goederen.4 De aangifte ten uitvoer moet worden gedaan bij het douanekantoor waaronder de exporteur is gevestigd of waar de goederen zijn verpakt of zijn geladen in of op het vervoermiddel waarmee de goederen zullen worden uitgevoerd. Het toezicht hierop wordt geëffectueerd door middel van documenten. Van uitvoer moet worden onderscheiden de douanebestemming wederuitvoer; deze heeft immers alleen betrekking op het buiten het douanegebied doen geraken van niet-communautaire goederen.
4.7.28.3 Aantonen van de uitvoer
Er is alleen sprake van uitvoer van accijnsgoederen naar derde landen als het overbrengen naar het derde land, behoudens in de gevallen waarin dat brengen geschiedt met toepassing van de communautaire douaneregeling extern douanevervoer, kan worden aangetoond met het AGD. Het overbrengen van de goederen naar de grens van de Gemeenschap vindt ook steeds plaats onder de zekerheidsstelling van de vergunninghouder van het belastingentrepot. Worden communautaire accijnsgoederen na de aangifte ten uitvoer in een vrij entrepot opgeslagen dan blijft de zekerheidsstelling van het belastingentrepot gelden zolang de uitvoer niet metterdaad heeft plaatsgevonden.
Het vervoer van accijnsgoederen die onder de communautaire douaneregeling uitvoer zijn geplaatst naar het kantoor van uitgang moet plaatsvinden met gebruikmaking van het AGD. De daadwerkelijke uitvoer in het kader van de accijnswetgeving moet dan ook worden aangetoond met een voor uitvoer afgetekend derde exemplaar van het AGD.5 Om te voorkomen dat het vervoer naar het kantoor van uitgang plaats moet vinden met gebruikmaking van twee documenten, is in de douanewetgeving geregeld dat het derde exemplaar van de aangifte ten uitvoer reeds volledig administratief wordt afgehandeld op het kantoor van uitvoer, de plaats waar de aangifte ten uitvoer wordt gedaan. Op deze wijze behoeft het vervoer slechts te geschieden onder geleide van één enkel document, namelijk het AGD dat in het kader van de accijnswetgeving is voorgeschreven. Dit geldt zowel voor het uitgaan uit de Gemeenschap via het grondgebied van een andere lidstaat als voor het rechtstreeks uitgaan uit Nederland.
Op het douanekantoor van uitgang wordt het AGD voor het daadwerkelijk uitgaan uit de Gemeenschap afgetekend. Het kantoor van uitgang houdt toezicht op het daadwerkelijke uitgaan6 en zendt het ingediende exemplaar van het AGD overeenkomstig de Accijnsrichtlijn terug naar de verzender van de goederen7, dat wil zeggen dat het derde exemplaar na certificering ervan voor daadwerkelijk uitgaan, door het kantoor van uitgang aan de afzender wordt teruggezonden.8 Het douanekantoor van uitgang dient zich ervan te vergewissen dat bij dat kantoor aangebrachte goederen in overeenstemming zijn met de aangegeven goederen en dat het toeziet op het daadwerkelijk uitgaan van de goederen.9 Dit toezicht op het daadwerkelijke uitgaan wordt in Nederland uitgeoefend aan de hand van de aangifte tot uitklaring van het schip of het luchtvaartuig en alle bij het kantoor van uitgang aangebrachte goederen, volgens een in de aangifte opgenomen specificatie.10
Als het vervoer echter ingevolge de douanewetgeving moet plaatsvinden met gebruikmaking van de communautaire douaneregeling douanevervoer, bijvoorbeeld bij uitvoer naar een EVA-lidstaat, geschiedt de controle op de uitvoer in eerste instantie op basis van het voor uitvoer afgetekende derde exemplaar van de aangifte ten uitvoer.11 Deze aangifte moet worden gedaan voorafgaand aan die voor de communautaire douaneregeling douanevervoer en wordt ingevolge de douanewetgeving voor uitvoer afgetekend op de plaats waar dit douanevervoer start. De controle op de verzekering van de heffing van de accijns geschiedt vervolgens aan de hand van die regeling douanevervoer. Het ED dat na aanvaarding door de douaneautoriteit dienst doet als document T2 wordt voorzien aanvullende gegevens, naast die welke reeds uit hoofde van de douanewetgeving moeten worden vermeld.12
Een uitslag kan niet zomaar worden geconstateerd op grond van de enkele omstandigheid dat de vergunninghouder niet beschikt over het AGD, voorzien van de aftekening van het douanekantoor van uitgang. Gegeven bijvoorbeeld de mogelijkheid dat bij de verzending van het AGD door de douaneautoriteit een vergissing is gemaakt, sluit die omstandigheid immers niet uit dat de goederen bij het kantoor van uitgang zijn aangebracht en naar een derde land zijn gebracht. In een dergelijk geval kan de overbrenging naar een derde land volgens het HvJ EG in het Cipriani-arrest (2002) ook op andere wijze worden aangetoond.13 Indien zo’n omstandigheid zich voordoet kan de fiscale autoriteit eerst tot een uitslag concluderen nadat zij aan de hand van de door belanghebbende verstrekte gegevens heeft vastgesteld dat de goederen niet bij het kantoor van uitgang zijn aangebracht (in het bijzonder door vergelijking van deze gegevens met de aangifte tot uitklaring of, wat betreft vervoer met bestemming een kantoor van uitgang in een andere lidstaat, met een daarmee te vergelijken document of registratie). Indien de melding bij het kantoor van uitgang niet is gedaan, moet het bewijs dat de goederen naar een derde land zijn gebracht zonder meer door de vergunninghouder worden geleverd, waartoe dient te worden bewezen dat de goederen bij het kantoor van uitgang zijn aangebracht dan wel, bij gebreke daarvan, aan boord zijn gebracht en gebleven van een zeeschip of van een vliegtuig, dat de Gemeenschap heeft verlaten dan wel dat de goederen anderszins de Gemeenschap hebben verlaten.14
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht naar een derde land of zijn geplaatst onder een communautaire douaneregeling met als bestemming een derde land, moet bij het verzoek om teruggaaf een exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen15 vereiste aangifte ten uitvoer worden overgelegd waaruit blijkt dat de daarin omschreven accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt.16 Het terugzendexemplaar van het AGD17 moet voor het uitgaan naar een derde land door het douanekantoor van uitvoer worden afgetekend als bewijs dat de goederen daadwerkelijk zijn uitgegaan naar een derde land.18 Goedgekeurd is dat in die gevallen als bewijs ook een douanedocument of een kopie daarvan wordt overgelegd dat ten genoegen van de douaneautoriteit voldoende gegevens ter identificatie van de betrokken goederen bevat en waaruit blijkt dat de goederen metterdaad zijn uitgevoerd naar een derde land. De kopie van het douanedocument moet voor eensluidend zijn gewaarmerkt door de instantie die het originele document heeft geviseerd, door een officiële instantie van het betrokken derde land of door een officiële instantie van één van de lidstaten.19 Een verzoek om teruggaaf van accijns20 dient binnen drie maanden nadat de accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt te worden ingediend bij de inspecteur in wiens ambtsgebied belanghebbende woont of is gevestigd.21
4.7.28.4 Uitvoer door reizigers
De levering aan reizigers met een bestemming in een derde land vanuit een belastingentrepot wordt beschouwd als uitvoer waardoor de heffing van accijns achterwege blijft.22 Als de uitvoer geschiedt vanuit een belastingentrepot gelegen op een luchthaven of op een haventerrein (tax free shops) en het goederen betreft die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van een reiziger met een bestemming in een derde land, behoeft de uitvoer niet te worden aangetoond met een administratief AGD. Gelet op de ligging van deze belastingentrepots en het feit dat de reiziger de locaties waar deze zijn gelegen slechts kan verlaten na controle door de douane, is de daadwerkelijke uitvoer voldoende verzekerd.23 Bij wijze van uitzondering op het uitgangspunt dat plaatsen waar rechtstreekse verkopen aan verbruikers plaatsvinden niet in aanmerking komen als belastingentrepot24, is een specifieke voorziening getroffen om rechtstreekse verkopen aan verbruikers mogelijk te maken voor zover het betreft verkopen vanuit een op een luchthaven of op een haventerrein gevestigde belastingentrepot aan reizigers met een bestemming in een derde land.25