Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/879
Jeugdzaak. Reeks gekwalificeerde diefstallen, art. 311 lid 1 Sr en opzetheling, art. 416 lid 1 sub a Sr. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. Heeft hof met voldoende mate van nauwkeurigheid de mate van strafvermindering aangeduid i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 20-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1253
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 september 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/00943
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Jeugdstrafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1253, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:571, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2022
Essentie
Jeugdzaak. Reeks gekwalificeerde diefstallen, art. 311 lid 1 Sr en opzetheling, art. 416 lid 1 sub a Sr. Overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. Heeft hof met voldoende mate van nauwkeurigheid de mate van strafvermindering aangeduid i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00943
Datum 20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2021, nummer 22-001465-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.