RvdW 2022/856:Terugwijzingsopdracht HR. Vervolg op HR 18 juni 2019, RvdW 2019/761. De rechter naar wie HR na (partiële) vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen of teruggewezen, is gebonden aan beslissing die HR heeft gegeven (vgl. HR 27 februari 1996, NJ 1996/478). Dit brengt mee dat hof o.g.v. beslissing van HR de zaak opnieuw had moeten berechten en afdoen wat betreft de strafoplegging en de vordering van b.p. Door uitsluitend de vordering van b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel aan zijn oordeel te onderwerpen heeft hof de terugwijzingsopdracht van HR miskend. Nu de opgelegde straf door HR in zijn eerdere uitspraak (HR 18 juni 2019, RvdW 2019/761) is vernietigd en daarmee is vervallen, heeft verdachte geen belang bij zijn klacht. Volgt verwerping. Samenhang met 21/00597 (RvdW 2022/846) en 21/00600 (RvdW 2022/856).