Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/848
Niet onbegrijpelijk oordeel dat voor het bewijs gebruikte verklaringen van verdachte kennelijk leugenachtig zijn.
HR 13-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1190
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 september 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/04376
- Conclusie
A-GĀ mr.Ā D.J.M.W.Ā Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1190, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13ā09ā2022
ECLI:NL:PHR:2022:559, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14ā06ā2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 28ā09ā2021
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat voor het bewijs gebruikte verklaringen van verdachte kennelijk leugenachtig zijn is, gelet op hetgeen het hof heeft vastgesteld en overwogen, niet onbegrijpelijk.
Samenvatting
Het hof heeft aan de bewezenverklaring ten grondslag gelegd dat verdachte en zijn mededader op 26 juli 2018 om 00.55 uur in [plaats], Nederland, zijn aangetroffen in de auto van de mededader, waarin zich goederen bevonden die kort tevoren waren gestolen uit een brasserie in [plaats], Belgiƫ. Het hof heeft verder vastgesteld dat de auto op 25 juli 2018 om 23.26.42 uur voor het laatst is gezien op [plein 2] nabij de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.