Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/845
Uitspraak vierde kamer. Vordering P-G tot ontslag van rechterlijk ambtenaar o.g.v. arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, art. 46i lid 1 en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
HR 23-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1310
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 september 2022
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.J. Kroeze, J. Wortel, A.L.J. van Strien, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/02732
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1310, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:853, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑09‑2022
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer 22/02732
Datum 23 september 2022
ARREST
op een vordering, als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 13 juli 2022, tot ontslag als rechterlijk ambtenaar van:
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats] (hierna: de betrokkene).