Einde inhoudsopgave
RvdW 2022/878
Zedenzaak. Ontucht met 10-jarige dochter van ex-partner door 48-jarige verdachte tijdens een logeerpartij, art. 244 jo. 248 lid 2 Sr. 1. Betrouwbaarheid van (de verklaringen van) aangeefster. 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in Whatsapp-gesprek en de verklaring van verdachte? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 20-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1249
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 september 2022
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/00842
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1249, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:590, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2022
Essentie
Zedenzaak. Ontucht met 10-jarige dochter van ex-partner door 48-jarige verdachte tijdens een logeerpartij, art. 244 jo. 248 lid 2 Sr. 1. Betrouwbaarheid van (de verklaringen van) aangeefster. 2. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in Whatsapp-gesprek en de verklaring van verdachte? HR: art. 81 lid 1 RO.
Conclusie
Conclusie A-G mr. B.F. Keulen:
1. De verdachte is bij arrest van 25 februari 2021 door het gerechtshof Den Haag wegens ‘met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.