Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/825
Cassatie in het belang van de wet. De beperking van proceskostenvergoedingen op grond van artikel 13a, tweede lid, Wahv is — gelet op de ratio en afbakening van de regeling — niet in strijd met het discriminatieverbod.
HR 24-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:985
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M.W.C. Feteris, A.L.J. van Strien, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
25/00406 CW
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:985, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:369, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Cassatie in het belang van de wet. Centraal staat de vraag of de in artikel 13a, tweede lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) neergelegde regel om het bedrag dat strekt tot vergoeding van proceskosten behoudens bijzondere omstandigheden te vermenigvuldigen met 0,25 of 0,1 in strijd is met het discriminatieverbod. De Hoge Raad komt tot het oordeel dat dit niet het geval is, gelet op de ratio van deze regeling en de afbakening ervan.
Samenvatting
De wetgever heeft in de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm (Whpkv), ook met de beperkingen van proceskostenvergoedingen in procedures ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.