Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/814
Verbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. WAM. Aanspraak schadevergoeding inzittende jegens WAM-verzekeraar wegens eenzijdig verkeersongeval; stuit verweer opzettelijke misleiding verzekeraar af op art. 11 WAM? Misbruik Unierecht?; beperkende werking redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BW)? Ontvankelijkheid formele procespartij bij meerderjarigenbewind.
HR 04-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1082
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00600
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1082, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1348, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Verbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. WAM. Aanspraak schadevergoeding inzittende jegens WAM-verzekeraar wegens eenzijdig verkeersongeval; stuit verweer opzettelijke misleiding verzekeraar af op art. 11 WAM? Misbruik Unierecht?; beperkende werking redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BW)? Ontvankelijkheid formele procespartij bij meerderjarigenbewind.
Samenvatting
In de zaak Matmut heeft het HvJ EU (29 september 2024, C-236/23, RvdW 2024/1064) geoordeeld dat het feit dat de verzekeringnemer op het tijdstip van het verkeersongeval als inzittende in het betrokken voertuig had plaatsgenomen, geen invloed heeft op zijn hoedanigheid van derde die het slachtoffer is van een ongeval ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.