Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/824
Cassatie in het belang van de wet. De opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis kan niet worden gebaseerd op de enkele omstandigheid dat de opgelegde gevangenisstraf van langere duur is dan de ondergane voorlopige hechtenis.
HR 24-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:987
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/01513 CW
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:987, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:267, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Cassatie in het belang van de wet. De Hoge Raad gaat in op de vraag welk beoordelingskader de rechter moet hanteren bij een beslissing over de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis, met name in het geval de rechter de verdachte veroordeelt tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel van een zekere duur. De opheffing van de schorsing kan niet worden gebaseerd op de enkele omstandigheid dat de opgelegde gevangenisstraf van langere duur is dan de ondergane voorlopige hechtenis.
Samenvatting
Bij de beslissing of tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt overgegaan, gaat het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.