Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/855
Belaging (art. 285b lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 sub b BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. toegewezen tot bedrag van € 1.500, vermeerderd met wettelijke rente. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte de b.p. gedurende ruim 7 maanden heeft belaagd door haar veel berichten te sturen, te bellen en audioberichten in te spreken, en diverse filmpjes van haar op YouTube te plaatsen met daarbij o.m. tekst “Goedkope hoertje A uit [plaats]” en “Snitch uit [plaats]”. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte een foto en gegevens van b.p. (waaronder haar adres en telefoonnummer) op sekssite heeft geplaatst, waarna zij per dag wel 20 reacties van mannen kreeg. Daarnaast heeft hof overwogen dat verdachte door zijn handelen herhaaldelijk inbreuk heeft gemaakt op persoonlijke levenssfeer van b.p. en dat hij b.p. aanzienlijk leed heeft toegebracht en angst bij haar heeft veroorzaakt. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat vordering b.p. tot vergoeding van immateriële schade voor gedeeltelijke toewijzing in aanmerking komt, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat o.g.v. art. 6:106 sub b BW voor vergoeding van immateriële schade o.m. plaats is als gelet op aard en ernst van normschending en nadelige gevolgen daarvan voor b.p. sprake is van aantasting in persoon op andere wijze of als b.p. in zijn eer of goede naam is geschaad. In dat verband is nog van belang dat b.p. haar vordering op deze beide (door Rb in haar vonnis overgenomen) gronden heeft gebaseerd, en hof dat wat verdediging in h.b. over vordering naar voren heeft gebracht kennelijk heeft begrepen en kunnen begrijpen als slechts verzoek tot ‘matiging’ van overeenkomstig vordering in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 2000, welk verzoek hof heeft gehonoreerd. Volgt verwerping.
HR 01-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1042
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01303
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1042, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:459, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
Essentie
Belaging (art. 285b lid 1 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade (art. 6:106 sub b BW) en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. toegewezen tot bedrag van € 1.500, vermeerderd met wettelijke rente. Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte de b.p. gedurende ruim 7 maanden heeft belaagd door haar veel berichten te sturen, te bellen en audioberichten in te spreken, en diverse filmpjes van haar op YouTube te plaatsen met daarbij o.m. tekst “Goedkope hoertje A uit [plaats]” en “Snitch uit [plaats]”. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte een foto ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.