Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/815
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Consumentenrecht. Procesrecht. Proceskostenbeding oneerlijk in zin Richtlijn 93/13? Proceskostenveroordeling o.g.v. art. 237 Rv mogelijk na vernietiging oneerlijk proceskostenbeding?; Hoge Raad stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU.
HR 04-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1081
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02783
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1081, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:820, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:96, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële beslissing op voet art. 392 Rv. Consumentenrecht. Procesrecht. Proceskostenbeding oneerlijk in zin Richtlijn 93/13? Proceskostenveroordeling o.g.v. art. 237 Rv mogelijk na vernietiging oneerlijk proceskostenbeding?; Hoge Raad stelt prejudiciële vraag aan HvJ EU.
Samenvatting
Vervolg op HR 23 mei 2025, NJ 2025/186, waarin de Hoge Raad partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten omtrent de beoogde vraag van uitleg als in die uitspraak vermeld. Voor het overige herhaalt de Hoge Raad zijn overwegingen uit de tussenbeslissing van 23 mei 2025.
Partij(en)
De stichting Woonstichting Lieven de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.