Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.7
2.7 De Icbe-Richtlijn in breder perspectief
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193594:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7 lid 1 en 2 en art. 8 lid 1 Icbe-Richtlijn, art. 8 lid 1, 3 en 5 en art. 9 lid 1-6 AIFM-Richtlijn en art. 5-11 MiFID II. De vereisten vanuit MiFID II zijn op onderdelen iets strikter, bijvoorbeeld de vereisten aan het leidinggevend orgaan (art. 9 lid 1 MiFID II en art. 91 CRD IV). Vgl. Moloney (2014) paragraaf 3.7.2, Zetzsche en Eckner (2015), paragraaf 4.3 en Wessels en Pijpers (2019), paragraaf 2.3.
Art. 24 lid 4 MiFID II, art. 50 lid 2 en bijlage II Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565.
Het Europese financiële toezichtrecht is zeer omvangrijk. De Icbe-Richtlijn is niet de enige Richtlijn die van belang is voor icbe’s. Om de Icbe-Richtlijn in perspectief te kunnen plaatsen en beter te kunnen begrijpen is het zinvol kortstondig stil te staan bij andere relevante Europese toezichtregelgeving. Het Europese toezichtrecht is zo omvangrijk dat men zelfs met een beknopt overzicht al een boek zou kunnen vullen. Daarom wordt in deze paragraaf slechts op een beperkte selectie ingegaan die van direct belang is voor dit proefschrift.
Europese regelgeving kan vanwege drie redenen relevant zijn voor dit onderzoek. Ten eerste kennen enkele Richtlijnen en/of Verordeningen regels die van toepassing zijn op andere beheerders van beleggingsinstellingen of op vergelijkbare ondernemingen. Een deel van deze regels is vergelijkbaar met de regels in de icbe-regelgeving. Zo zijn bijvoorbeeld de vereisten voor een vergunning van een icbe-beheerder vergelijkbaar met de vereisten voor een vergunning van een abi-beheerder of een beleggingsonderneming.1 De toelichting die is gegeven op de betreffende Richtlijnen kan zodoende ook interessant zijn voor de interpretatie van de Icbe-Richtlijn. Voorts is het interessant om na te gaan op welke onderdelen voor afwijkende vereisten is gekozen. De toelichting op de Icbe-Richtlijn is op onderdelen beperkt maar mogelijk geven de afwijkingen van vergelijkbaar Europees toezichtrecht meer inzicht in de intentie van de wetgever bij enkele bepalingen.
Ten tweede kennen andere Europese Richtlijnen en Verordeningen verplichtingen in het verlengde van de Icbe-Richtlijn. Zo zijn in de Icbe-Richtlijn slechts enkele regels opgenomen ten aanzien van distributie. In MiFID II zijn enkele uitvoerige bepalingen opgenomen voor de distributie van deelnemingsrechten door beleggingsondernemingen.2 Deze regels zijn doorgaans niet direct van toepassing op icbe’s maar zijn in de praktijk wel degelijk relevant. Een voorbeeld hiervan is de verplichte kostentransparantie.
Beleggingsondernemingen dienen aan hun clienten de transactiekosten te tonen die gemaakt worden door icbe’s waarin de clienten beleggen.3 Dit is relevant voor een (beheerder van een) icbe omdat dit ten eerste betekent dat de transactiekosten in de icbe openbaar worden en ten tweede omdat de icbe of een partij gelieerd aan de icbe zoals de beheerder of investment manager de informatie zal moeten aanleveren.
Een derde groep regels is wel direct van toepassing op icbe’s en/of hun beheerders maar is in andere Richtlijnen en/of Verordeningen opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan bepalingen ten aanzien van handel in derivaten, het gebruik van benchmarks of het gebruikmaken van enkele technieken voor efficiënt portfoliobeheer. Deze regels zijn relevant voor icbe’s en in de hierop volgende hoofdstukken komen deze regels waar nodig ook aan bod. Het doel van dit hoofdstuk is de regels in perspectief te plaatsen opdat de behandeling in later hoofdstukken begrijpelijker is.
2.7.1 Andere beleggingsinstellingen2.7.2 Andere vormen van collectief beleggen2.7.3 Andere uitgevende instellingen2.7.4 Distributie van beleggingsinstellingen en het verlenen van beleggingsdiensten2.7.5 Aanvullende toezichtsbepalingen die voor icbe’s van belang kunnen zijn al naar gelang hun beleggingsbeleid2.7.6 Conclusie