De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.2.1:5.2.1 Schuldvordering en opeisbaarheid
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.2.1
5.2.1 Schuldvordering en opeisbaarheid
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375840:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 4 EET-Vo wordt de definitie van de term 'schuldvordering' gegeven. Een schuldvordering in de zin van de EET-regeling is een vordering tot betaling van een geldbedrag dat opeisbaar is dan wel een vordering tot betaling van een geldbedrag waarvan de datum van de opeisbaarheid bepaald is. Wil een bedrag opeisbaar zijn, dan moet het bedrag vast te stellen zijn. De opeisbaarheid van het bedrag moet op grond van art. 4 onder 2 zijn ingetreden dan wel uit een beslissing, gerechtelijke schikking of uit een authentieke akte blijken. Dit betekent dat de schuldvordering niet reeds op het moment van de EET-verlening opeisbaar behoeft te zijn. Uit het te waarmerken stuk moet slechts de datum van het intreden van de opeisbaarheid duidelijk blijken. Evenmin moet het bedrag van de schuldvordering bepaald zijn. Het is voldoende dat vastgesteld kan worden dat het bedrag op een van tevoren bepaalbaar moment opeisbaar zal zijn. Indien partijen in een gerechtelijke schikking dan wel in een notariële akte betaling van een bedrag overeenkomen, kunnen zij bepalen vanaf welk moment het bedrag opeisbaar is. Een dergelijke gerechtelijke schikking of authentieke akte kan met een EET worden gewaarmerkt. De EET-gewaarmerkte schikking of akte zal pas vanaf het moment van het intreden van de opeisbaarheid ten uitvoer kunnen worden gelegd.
Onder art. 49 EEX-Vo geldt dat de beslissingen die een veroordeling tot een dwangsom inhouden in een andere lidstaat ten uitvoer kunnen worden gelegd, indien het bedrag van de dwangsom door de gerechten in de lidstaat van herkomst definitief is bepaald. De enkele vaststelling van het aantal verbeurde dwangsommen zonder eindberekening is niet voldoende.1 Is het voor de EET-verlening noodzakelijk dat het bedrag van de verbeurde dwangsommen vaststaat? Art. 4 onder 2 EET-Vo vereist niet dat het bedrag bepaald is.2 Zodra de debiteur niet aan zijn verplichtingen voldoet, verbeuren de dwangsommen en worden zij dus opeisbaar. Dit heeft tot gevolg dat een EET verleend kan worden. Hetzelfde geldt mijns inziens ook ten aanzien van de periodieke betaling van een geldbedrag.3 Door het verstrijken van de betaaldatum wordt het geldbedrag opeisbaar en is de EET-verlening mogelijk.