Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.7
4.7.7 Uitslag
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299303:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip uitslag is uitgewerkt in art. 2 t/m art. 2f en art. 2h Wa.
Kamerstukken II 1989/90, 21 368, nr. 3, p. 9 en 12.
Art. 24 lid 1 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Art. 81 Wa.
Kamerstukken II 1989/90, 21 368, nr. 3, p. 9-10, en nr. 7, p. 6.
Art. 15 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2g Wa.
Art. 6 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2 lid 1 Wa.
Art. 14 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2 lid 2 Wa. KamerstukkenII 1989/90, 21 368, nr. 3, p. 9.
Art. 6 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2g lid 1 Wa.
Art. 16 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2a Wa.
Art. 7 lid 1 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Vgl. art. 2b lid 1 Wa.
Art. 7 lid 2 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2b lid 2 Wa.
Art. 7 lid 1 en art. 8 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2c lid 2 Wa.
Art. 9 lid 3 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2d lid 1 Wa.
Art. 6 lid 1 onderdeel b Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2f Wa.
Art. 6, art. 9 en art. 11 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2f Wa.
Art. 20 Accijnsrichtlijn. Art. 3 en art. 21 Richtlijn energiebelastingen. Art. 2h Wa.
Uitslag is het brengen van een accijnsgoed buiten een belastingentrepot, anders dan naar een andere belastingentrepot, een douane-entrepot, een plaats voor douaneopslag of het buitenland. De uitslag is derhalve een fysieke handeling.1 Het toezicht daarop geschiedt door administratieve controle. Bij de fysieke handeling kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de uitslag van wijn uit een belastingentrepot voor wijn. Als dit belastingentrepot, bijvoorbeeld een groothandel in dranken, ingevolge een door de inspecteur verleende vergunning ook is aangewezen als belastingentrepot voor overige alcoholhoudende producten en voor bier, is ook het brengen van deze accijnsgoederen buiten het belastingentrepot aan te merken als uitslag. Is het belastingentrepot niet aangewezen voor alcoholvrije dranken dan wordt het brengen van alcoholvrije dranken buiten dat belastingentrepot niet aangemerkt als uitslag. Deze laatstgenoemde dranken kunnen dan alleen in het belastingentrepot worden opgenomen als de accijns daarover reeds is geheven. Zo wordt bereikt dat accijnsgoederen pas worden belast wanneer zij beschikbaar komen voor verbruik.2
Met betrekking tot de vervaardiging van alcoholhoudende dranken binnen een belastingentrepot uit alcoholhoudende producten die daar verblijven onder schorsing van accijns, is niet vereist dat de hoeveelheid te vervaardigen mengproduct zodanig is dat de accijns die daarvan wordt geheven ten minste evenveel bedraagt als de accijns die reeds van de bestanddelen is geheven.3
Geen uitslag vormt het tijdelijk voor verdere bewerking en verpakking buiten het belastingentrepot brengen van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak en tabaksproducten.4 Niet van belang is daarbij of de tabaksproducten zijn voorzien van accijnszegels.
De inspecteur dient hiervoor toestemming te verlenen in de vergunning voor de desbetreffende belastingentrepot.
De uitslag uit een belastingentrepot leidt tot verschuldigdheid van accijns. Het doen aansluiten van de heffing op de uitslag uit een belastingentrepot strekt ertoe de materiële accijnsschuld te laten ontstaan op het tijdstip waarop de accijnsgoederen de productie- en meestal ook de groothandelsschakel verlaten richting verbruiker. De uitslag wordt verwerkt in de administratie van de bedrijven, met name in de goederenadministratie, die aldus het aanknopingspunt vormt voor toezicht en controle.5
Het brengen van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een ander belastingentrepot wordt niet als uitslag of invoer aangemerkt.6 Voor een goede werking van de interne markt is het immers van groot belang dat accijnsgoederen binnen het stelsel van onderling verbonden belastingentrepots onder schorsing van accijns van de ene lidstaat naar de andere lidstaat kunnen worden overgebracht. Aldus kunnen accijnsgoederen accijnsvrij worden overgebracht naar en opgeslagen in het belastingentrepot.
De accijns wordt eerst verschuldigd bij de uitslag uit het belastingentrepot.
Meer concreet wordt onder uitslag verstaan:
1 het brengen van een accijnsgoed buiten een belastingentrepot7;
2 het verbruik, anders dan als grondstof, van een accijnsgoed binnen een belastingentrepot 8;
3 het brengen van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot in een lidstaat naar
een belastingentrepot in een andere lidstaat zonder te voldoen aan de voorwaarden 9;
4 het brengen van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot naar een GB of een NGB10;
5 het door een ondernemer of een publiekrechtelijk lichaam voor zakelijke doeleinden voorhanden hebben van een accijnsgoed dat in een andere lidstaat is uitgeslagen of is ingevoerd en waarvan de accijns in de lidstaat waar de goederen voorhanden worden gehouden niet is geheven11;
6 het door een ondernemer of een publiekrechtelijk lichaam voor zakelijke doeleinden leveren of het in het kader van de onderneming of het publiekrechtelijke lichaam aanwenden voor eigen verbruik van een accijnsgoed dat in een andere lidstaat is uitgeslagen of is ingevoerd en waarvan de accijns in de lidstaat van levering of eigen verbruik niet is geheven12;
7 het door een natuurlijke persoon voor andere doeleinden dan voor persoonlijk verbruik voorhanden hebben van een accijnsgoed dat in een andere lidstaat is uitgeslagen dan wel ingevoerd (dat wil zeggen waarvoor in die andere lidstaat reeds accijns is voldaan) en waarvan de accijns in de lidstaat van voorhanden hebben niet is geheven13;
8 de verkrijging door een natuurlijke persoon van minerale oliën die in een lidstaat zijn uitgeslagen en/of ingevoerd en waarvan de accijns niet in de andere lidstaat is geheven, indien deze goederen op een atypische wijze worden vervoerd door een natuurlijke persoon, anders dan als ondernemer, of voor diens rekening14;
9 het vervaardigen van een accijnsgoed buiten een belastingentrepot15;
10 het voorhanden hebben van een accijnsgoed dat niet overeenkomstig de bepalingen van de Accijnsrichtlijn in de heffing is betrokken16;
11 het onttrekken van accijnsgoederen aan de schorsingsregeling als gevolg van een onregelmatigheid of een overtreding tijdens intracommunautair vervoer17;
12 het gebruik van halfzware olie, gasolie en LPG bestemd voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen, voor andere doeleinden dan voor het aandrijven van motorrijtuigen op de weg of van pleziervaartuigen.18
Elk van deze gebeurtenissen worden hierna toegelicht. Tot 1993 verliep de accijnsheffing met betrekking tot goederenbewegingen in het intracommunautaire goederenverkeer via het begrip invoer. Vanaf 1993 is de verschuldigdheid gecreëerd via het begrip uitslag.