Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1063
Verordening Rome II. ‘Bepaling van bijzonder dwingend recht’ in de zin van art. 16; maatstaf; criteria ter beoordeling van de vraag of de toepassing van zodanige bepaling op grond van art. 16 is gerechtvaardigd; nationale wettelijke regeling die bepaalt dat vergoeding van immateriële schade door de rechter naar billijkheid wordt vastgesteld.
HvJ EU 05-09-2024, ECLI:EU:C:2024:689 (HUK-COBURG-Allgemeine Versicherung II)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
5 september 2024
- Magistraten
C. Lycourgos, O. Spineanu-Matei, J.-C. Bonichot, S. Rodin, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-86/23
- Conclusie
A-G M. Szpunar
- Roepnaam
HUK-COBURG-Allgemeine Versicherung II
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:689, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 05‑09‑2024
ECLI:EU:C:2024:242, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑03‑2024
- Wetingang
Art. 16 Verordening (EG) nr. 864/2007 (Verordening Rome II)
Essentie
E.N.I. e.a. tegen HUK-COBURG-Allgemeine Versicherung AG.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Varhoven kasatsionen sad (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Bulgarije) bij beslissing van 7 februari 2023.
Verordening Rome II. ‘Bepaling van bijzonder dwingend recht’ in de zin van art. 16; maatstaf; criteria ter beoordeling van de vraag of de toepassing van zodanige bepaling op grond van art. 16 is gerechtvaardigd; nationale wettelijke regeling die bepaalt dat vergoeding van immateriële schade door de rechter naar billijkheid wordt vastgesteld.
Art. 16 Verordening Rome II moet aldus worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.