Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1041
Mishandelingen in Utrecht door in 2020 na weigering mee te werken aan tassencontrole een beveiliger van supermarkt tegen borst te slaan en met kracht vingers om te buigen en medewerker van supermarkt met kracht aan arm te trekken (art. 300 lid 1 Sr). Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat sprake was van aanhouding van verdachte naar aanleiding van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit? Was het optreden van aangevers ter aanhouding van verdachte wederrechtelijk? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1493
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04033
- Conclusie
​A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1493, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1002, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑10‑2024
Essentie
Mishandelingen in Utrecht door in 2020 na weigering mee te werken aan tassencontrole een beveiliger van supermarkt tegen borst te slaan en met kracht vingers om te buigen en medewerker van supermarkt met kracht aan arm te trekken (art. 300 lid 1 Sr). Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat sprake was van aanhouding van verdachte naar aanleiding van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit? Was het optreden van aangevers ter aanhouding van verdachte wederrechtelijk? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04033
Datum 22 oktober 2024 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.