Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1028
OM-cassatie. Slagende klacht over het oordeel van het hof dat de verdachte door de gang van zaken rond de tot stand gekomen transactie erop mocht vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd voor de ten laste gelegde handel en uitvoer in harddrugs.
HR 22-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1509
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/00521
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1509, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:779, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. De officier van justitie en de verdachte hebben een transactie gesloten die inhoudt dat de verdachte niet verder zal worden vervolgd voor witwassen. De witwasverdenking houdt nauw verband met de verdenking van de handel en uitvoer van harddrugs. Beide verdenkingen vormen onderdeel van hetzelfde strafrechtelijk onderzoek. Het oordeel van het hof dat de verdachte door de gang van zaken rond de tot stand gekomen transactie erop mocht vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd voor de ten laste gelegde handel en uitvoer in harddrugs is echter niet toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het hof heeft vastgesteld dat op 28 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.