RvdW 2024/1052:Caribische zaak. Medeplegen invoer en vervoer van cocaïne (art. 3 lid 1 Opiumlandsverordening 1960), (medeplegen) voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 3 Vuurwapenverordening 1930) en (medeplegen) opzettelijk aanwezig hebben van hennep (art 4 Opiumlandsverordening 1960) in Curaçao. Vrijspraak in eerste aanleg (van 2 feiten). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 jaren). Beroep op n-o van OM i.v.m. detentie-omstandigheden in SDKK in combinatie met gezondheidstoestand van verdachte en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. straftoemeting. 2. Verweer m.b.t. rechtmatigheid verkrijging verkeers- en locatiegegevens. Toepasselijkheid Richtlijn 2002/58/EG en Prokuratuur-uitspraak van HvJ EU in Curaçao. 3. Bewijsklachten opzettelijk aanwezig hebben van ruim 23 kilogram hennep en voorhanden hebben van patroon. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Oordeel van hof dat art. 3 EVRM niet is geschonden, is niet toereikend gemotiveerd in licht van wat namens verdachte is aangevoerd. Dat hoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Niet-ontvankelijkverklaring van OM in vervolging kan slechts plaatsvinden in uitzonderlijke geval dat zodanig ernstige inbreuk op recht van verdachte op eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. Dat wat raadsman aan verweer ten grondslag heeft gelegd, kan niet zonder meer tot oordeel leiden dat aan criterium is voldaan. Hof had verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM dus slechts kunnen verwerpen. Wat betreft uos m.b.t. straftoemeting heeft hof uitgebreid besproken waarom het verdachte detentiegeschikt acht. Verder heeft hof i.v.m. gezondheidstoestand van verdachte 2 jaren minder gevangenisstraf opgelegd. Ook heeft hof erop gewezen dat voor verdachte mogelijkheden bestaan om (bij verder verslechterende gezondheid) omstandigheden waaronder hij is gedetineerd dan wel voortduren daarvan aan orde te stellen en dat tul van straf indien nodig ergens anders zou kunnen plaatsvinden. Hof heeft keuze om langdurige gevangenisstraf op te leggen daarnaast onderbouwd door in te gaan op ernst van feiten en op te merken dat sprake is van recidive. Tot nadere motivering was hof in licht van aangevoerde niet gehouden. Ad 2. Arrest van HvJ EU van 2 maart 2021, NJ 2022/140 (Prokuratuur-uitspraak) heeft betrekking op Richtlijn 2002/58/EG. In deze richtlijn opgenomen regeling is niet van toepassing in Curaçao, dat behoort tot landen en gebieden overzee a.b.i. art. 355 lid 2 Verdrag betreffende werking van Europese Unie. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Hof is tot conclusie gekomen dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van aanwezigheid van hennep en patroon. Hof heeft daarbij betrokken dat verdachte in dat verband geen ontlastende verklaring heeft gegeven. Verder heeft hof vastgesteld dat verdachte over hennep zekere macht kon uitoefenen en over patroon kon beschikken, omdat deze zich bevonden in verblijfplaats van verdachte. Daarmee heeft hof opzettelijk aanwezig hebben van hennep en voorhanden hebben van patroon toereikend gemotiveerd, ook in het licht van fysieke gesteldheid van verdachte. Volgt verwerping.