Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1065
Insolventieverordening II. Internationale bevoegdheid; centrum van de voornaamste belangen van een natuurlijke persoon die als zelfstandige een bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent in de zin van art. 3, lid 1; begrip ‘hoofdvestiging’; begrip ‘vestiging’.
HvJ EU 19-09-2024, ECLI:EU:C:2024:776 (Finanzamt Wilmersdorf (Actifs d’indépendant))
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
19 september 2024
- Magistraten
N. Piçarra, K. Jürimäe, N. Jääskinen
- Zaaknummer
C-501/23
- Conclusie
A-G L. Medina
- Roepnaam
Finanzamt Wilmersdorf (Actifs d’indépendant)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:776, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑09‑2024
- Wetingang
Art. 3 Verordening (EU) 2015/848 (Insolventieverordening II)
Essentie
DL tegen Land Berlin.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) bij beslissing van 29 juni 2023.
Insolventieverordening II. Internationale bevoegdheid; centrum van de voornaamste belangen van een natuurlijke persoon die als zelfstandige een bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent in de zin van art. 3, lid 1; begrip ‘hoofdvestiging’; begrip ‘vestiging’.
1) Art. 3 lid 1, derde alinea, van de Insolventieverordening II moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‘hoofdvestiging’ van een natuurlijk persoon die als zelfstandige een bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent in de zin van deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.