De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.13.4:5.13.4 Domiciliekeuze
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/5.13.4
5.13.4 Domiciliekeuze
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381874:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het geval dat in een contract tussen twee in Nederland wonende partijen een forumkeuze voor een rechter van een andere lidstaat is opgenomen, alwaar een EET-gewaarmerkte beslissing wordt verkregen die vervolgens in Nederland wordt geëxecuteerd, is bij een executiegeschil geen sprake van een betekening van het executiegeschil inleidende stuk in een andere lidstaat. De executie vindt immers plaats in de lidstaat waar zowel de executant alsook de geëxecuteerde woonplaats hebben.
NJ 2003, 113 (PV).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 439 lid 3 Rv dient de executant een domiciliekeuze uit te brengen. Zoals reeds aangegeven, heeft art. 439 lid 3 Rv tot doel de geëxecuteerde bij het instellen van een eventueel executiegeschil een adres van de schuldeiser/executant te bieden waaraan de oproeping in het executiegeschil betekend kan worden. Bij de tenuitvoerlegging van een EET-gewaarmerkte beslissing zal het stuk waarmee het executiegeschil wordt ingeleid, bijna altijd in een andere lidstaat dan die van tenuitvoerlegging betekend moeten worden.1 Mijns inziens zal zelfs bij een executiegeschil naar aanleiding van de tenuitvoerlegging van een beslissing gegeven tussen twee partijen die woonachtig zijn in een en dezelfde lidstaat, maar waarvan de tenuitvoerlegging in een andere lidstaat plaatsvindt, sprake zijn van een grensoverschrijdende betekening, aangezien de executant door de geëxecuteerde op basis van art. 22 sub 5 EEX-Vo voor de rechter van die andere lidstaat opgeroepen moet worden. Dit leidt mijns inziens ertoe dat de bepalingen van de EG-Betekeningsverordening van toepassing worden. De betekening van het stuk dat het executiegeschil inleidt, dient op de in de EG-Betekeningsverordening aangewezen manier te geschieden. Een tweetal voorbeelden ter verduidelijking.
Nadat een in Nederland woonachtige schuldeiser een door de Nederlandse rechter met een EET gewaarmerkte beslissing tegen een in Nederland woonachtige schuldenaar verkrijgt, kan de EET-gewaarmerkte beslissing in Duitsland ten uitvoer worden gelegd. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn indien het vermogen van de Nederlandse schuldenaar in Nederland ontoereikend blijkt te zijn en de geëxecuteerde over vermogensbestanddelen in Duitsland beschikt. Ontstaat er een geschil in het kader van de executie, dan is de Duitse rechter op basis van art. 22 sub 5 EEX-Vo exclusief bevoegd. De schuldenaar/geëxecuteerde zal een 'Klage' bij de Duitse rechter moeten indienen, die dan overeenkomstig de EG-Betekeningsverordening de in Nederland wonende schuldeiser/executant moet oproepen.
Een probleem doet zich echter voor, indien in dit voorbeeld de landen worden omgedraaid. Een in Duitsland woonachtige schuldeiser verkrijgt van de Duitse rechter een EET-gewaarmerkte beslissing tegen een in Duitsland woonachtige schuldenaar. Indien er een geschil ontstaat naar aanleiding van de executie in Nederland, is de Nederlandse rechter exclusief bevoegd. Vervolgens rijst de vraag naar de betekening van het stuk dat het executiegeschil inleidt, nu in Duitsland de oproeping via een gerecht verloopt en in Duitsland geen bevoegde rechter te vinden is. De schuldenaar/geëxecuteerde zal dan een Nederlandse procureur moeten inschakelen en voor de betekening van het exploot van de dagvaarding in het executiegeschil een domicilie ten kantore van de gekozen procureur moeten kiezen. Nu de dagvaarding vanuit Nederland in Duitsland aan de aldaar wonende schuldeiser/executant moet worden betekend, is de betekening via de EG-Betekeningsverordening in Duitsland noodzakelijk.
Indien de executant in het deurwaardersexploot een domiciliekeuze uitbrengt, rijst de vraag of het executiegeschil aan dit adres rechtsgeldig betekend kan worden. Nu de EG-Betekeningsverordening over de mogelijkheid van betekening aan een gekozen adres zwijgt, zal een dergelijke betekening mijns inziens niet tot een geldige betekening in de zin van de verordening leiden. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 17 januari 20032 de betekening aan de procureur in vorige instantie overeenkomstig art. 63 lid 1 Rv niet als een betekening in de zin van de EG-Betekeningsverordening aangemerkt. De Hoge Raad is van oordeel dat gezien het stelsel van de verordening een betekening aan een laatstelijk gekozen woonplaats niet in de plaats kan komen van de betekening overeenkomstig de verordening. Dit vloeit volgens de Hoge Raad voort uit art. 56 lid 3 Rv dat bepaalt dat de betekening aan de procureur in de vorige instantie slechts geldt ter bepaling of tijdig verzet, hoger beroep of cassatie is ingesteld, mits de deurwaarder tevens een afschrift van het gedinginleidende stuk overeenkomstig de verordening ter betekening verzendt. Behalve de betekening aan de procureur in vorige instantie om aan de wettelijke termijn te voldoen, moet nog de betekening volgens de verordening plaatsvinden. Onder de EG-Betekeningsverordening is geen sprake van de splitsing tussen de betekening en de kennisgeving. Dit in tegenstelling tot het Haags Betekeningsverdrag waar de betekening volgens het nationaal recht dient te worden voltooid en daarnaast de wederpartij in het buitenland van het te betekenen stuk op de hoogte dient te worden gebracht.