Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.6.11:6.8.6.11 Aansprakelijkheid bij OVBA-winstuikeringen
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.6.11
6.8.6.11 Aansprakelijkheid bij OVBA-winstuikeringen
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS394343:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag rijst wie binnen een OVBA in de in paragraaf 6.8.6.10 genoemde situaties aansprakelijk gesteld zouden kunnen worden: de vennoot of de derde die tot de uitkering heeft besloten, de vennoten die de vennootschapsovereenkomst hebben gesloten waarin de uitkering is geregeld, of de vennoot die de uitkering heeft ontvangen c.q. de vennoot die de uitkering van zijn (gehele) winstdeel heeft gevorderd? Zouden zowel degenen die tot uitkering beslissen, als degenen die de uitkering ontvangen, aansprakelijk gesteld moeten kunnen worden? En op welke grond zouden deze aansprakelijkstellingen gebaseerd moeten worden? Voor de beantwoording van deze vragen is allereerst van belang om te bepalen of de uitkeringsbesluiten die worden genomen door besturende vennoten of derden die met het bestuur van de vennootschap zijn belast, onder de categorie bestuurstaken vallen. De bestuurstaken zijn de handelingen die gelet op het doel van de vennootschap tot de normale werkzaamheden behoren, de alledaagse handelingen. Of bepaalde handelingen onder het bestuur horen hangt daardoor af van de doelstellingen van de vennootschap en de voor de vennootschap normale gang van zaken. Uitkeringsbesluiten zullen doorgaans niet tot de alledaagse handelingen behoren. In de vennootschapsovereenkomst kunnen de vennoten echter zelf opnemen welke handelingen (in ieder geval wel of niet) onder de bestuurshandelingen begrepen worden. Dit geldt ook voor de uitkeringsbesluiten. De besturende vennoten of derden die met bestuur zijn belast, zouden dan op grond van hun hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk zijn voor ongeoorloofde uitkeringen. Deze aansprakelijkheid bespreek ik in meer detail in de volgende paragraaf voor de besturende vennoten en in paragraaf 6.8.6.15 voor de derden die met het bestuur zijn belast. In paragraaf 6.8.6.13 ga ik nader in op de aansprakelijkheid van de niet-besturende vennoot en de vennoot die het aan hem toekomende deel opeist in de situatie dat in de vennootschapsovereenkomst geen afspraken over de uitkering zijn gemaakt. De aansprakelijkheid van de vennoten die een vennootschapsovereenkomst hebben gesloten met daarin een specifieke uitkeringsbepaling, zodat geen uitkeringsbesluit meer nodig is, komt aan bod in paragraaf 6.8.6.14. Ook de aansprakelijkheid van de vennoten die een uitkering hebben ontvangen, zonder dat zij deze hebben opgeëist bespreek ik in paragraaf 6.8.6.14.