RvdW 2025/866:Caribische zaak. Dood door schuld in het verkeer onder invloed van alcohol (art. 2:284 lid 1 Sr) en rijden onder invloed (art. 22 lid 1 Wegenverkeersverordening Curaçao 2000) door in Curaçao met 50 à 60 km/u een voetganger te scheppen. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dood door schuld. Is sprake van schuld aan verkeersongeval a.b.i. art. 2:284 lid 1 SrC? 2. Bewijsklacht rijden onder invloed. Verkeerde verdachte onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht a.b.i. art. 22 lid 1 WVVC 2000? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof gaat ervan uit dat verdachte onvoldoende heeft opgelet in situatie waarin hij rekening moest houden met voetgangers op rijbaan. Ook alcoholgebruik van verdachte draagt volgens hof bij aan schuldverwijt dat verdachte moet worden gemaakt. Hof heeft kennelijk in aanmerking genomen dat alcohol het reactie- en waarnemingsvermogen kan verminderen. Gezien feit dat uit bewijsmiddelen blijkt dat verdachte ruim 2 uren na ongeval een bloedalcoholgehalte had van ruim 2 maal de wettelijke grens, is dit kennelijke oordeel niet onbegrijpelijk. Dat hof niet uitdrukkelijk op de door raadsman genoemde f&o is ingegaan en in vonnis niet wordt gerept over bijzondere zorgplicht of rechtsplicht en evenmin over gevaarzettend gedrag in of met auto waarin verdachte reed, doet niet af aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel. Hof heeft over de door raadsman naar voren gebrachte omstandigheden kennelijk geen vaststellingen kunnen doen. Dit maakt ’s hofs oordeel nog niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat verdachte in de uren voorafgaand aan ongeval alcohol heeft genuttigd. Meer dan 2 uren na ongeval is bloedalcoholpromillage van 1,1 mg/ml aangetoond. Hof gaat ervan uit dat tijdsverloop tot geleidelijke afname van alcoholgehalte leidt, waardoor bloedalcoholpromillage in bloed van verdachte t.t.v. ongeval nog hoger moet zijn geweest. Verder heeft hof overwogen dat algemeen bekend is dat door alcoholgebruik het reactievermogen en waarnemingsvermogen afnemen en rijvaardigheid kan verminderen en dat deze invloed op rijvaardigheid reeds kan optreden bij gebruik van 2 (standaard)glazen alcoholhoudende drank, hetgeen neerkomt op promillage van 0,5 mg/ml. O.b.v. voorgaande heeft hof geoordeeld dat verdachte een auto heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.