Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.7.15
4.7.15 Voorhanden hebben voor persoonlijk verbruik door particulieren
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304055:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Art. 8 Accijnsrichtlijn. Art. 2c lid 1 Wa.
Art. 6, art. 10 en art. 14 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken.
Derde, vijfde, zesde en elfde overweging van de considerans Accijnsrichtlijn. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd., J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605, r.o. 23-24.
Art. 9 lid 2 Accijnsrichtlijn. Art. 2c lid 3 Wa. Art. 3a UR Accijns.
Art. 9 lid 3 Accijnsrichtlijn.
Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 5, p. 5.
Art. 9 lid 1 Accijnsrichtlijn. Art. 2c lid 2 Wa.
Art. 9 lid 2 Accijnsrichtlijn.
Art. 9 lid 2 en lid 3 Accijnsrichtlijn. Art. 2c lid 3 Wa. Kamerstukken II 1992/93, 22 697, nr. 5, p. 7.
Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 92/12/EEG betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, 6 april 2004, COM(2004)227. Kamerstukken II 2003/04, 22 112, nr. 335, p. 20-23.
Vgl. art. 8 Accijnsrichtlijn.
De interne markt is de binnenlandse markt van de Gemeenschap. Voor de accijnsheffing behoort de binnengrenzenloze interne markt te betekenen dat voor accijnsgoederen overal op de interne markt gelijke tarieven gelden en accijnsgoederen bijgevolg zonder dat tarieven aankoopbeslissingen beïnvloeden op iedere plaats op de interne markt kunnen worden aangekocht en de accijns ervan voldaan zonder dat de aangekochte goederen opnieuw op de plaats van bestemming elders op de interne markt nogmaals voor de accijnsheffing moeten worden aangegeven (internemarktbeginsel).
Tariefsverschillen en de daarmee samenhangende administratievelastendruk en binnengrensoverschrijdend fiscaal toerisme zijn onverenigbaar met het diepste wezen van een interne markt. Desondanks bestaat deze ongewenste drie-eenheid nog steeds en is sedert 1993 ondanks intelligente pogingen van de EC om te komen tot toenadering van de tarieven op het gebied van de noodzakelijke tariefsharmonisatie vrijwel geen voortgang geboekt. Het internemarktbeginsel is dan ook nog altijd slechts weggelegd voor particuliere natuurlijke personen die voor eigen persoonlijk gebruik buiten hun woonlidstaat accijnsgoederen aankopen en deze goederen zelf vervoeren naar hun woonplaats. De accijns wordt dan uitsluitend geheven in de lidstaat van aankoop van die goederen.1 Vrijstelling mag worden verleend voor bier, wijn en mousserende en niet-mousserende gegiste dranken welke door een particulier zelf voor eigen gebruik zijn geproduceerd en door die particulier, de leden van zijn gezin of zijn gasten zonder handelsdoeleinden worden geconsumeerd.2 De ratio van deze vrijstelling is de Europese particuliere ingezetene overeenkomst de internemarktgedachte de mogelijkheid te bieden in een lidstaat accijnsgoederen voor eigen verbruik aan te kopen of deze zonder formaliteiten zelf te produceren en zelf vervoeren naar de eigen lidstaat zonder aldaar opnieuw accijns te moeten betalen. Bijgevolg zijn alle andere transacties als transacties met handelsdoeleinden met toepassing van het bestemmingslandbeginsel belast in de lidstaat van bestemming. De accijnsharmonisatie is nog lang niet geslaagd. De Accijnsrichtlijn maakt daarom, zoals gezegd, onderscheid tussen goederen die voorhanden worden gehouden voor handelsdoeleinden, voor het vervoer waarvan een AGD of een VGD noodzakelijk is, en goederen die voorhanden worden gehouden voor persoonlijk verbruik, waarvoor geen documenten zijn vereist.3
Onder persoonlijk verbruik wordt verstaan: het voorhanden hebben van niet meer dan 800 stuks sigaretten, 400 stuks cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk), 200 stuks sigaren, 1,0 kilogram rooktabak, 10 liter gedistilleerde dranken, 20 liter tussenproducten, 90 liter wijn (waarvan maximaal 60 liter mousserende wijn) en 110 liter bier.4 Voor energieproducten geldt in de eerste plaats de inhoud van de originele brandstoftank van een voertuig en voorts de normale kleinhandelsverpakkingen zoals een jerrycan of benzineblik of een passend reserveblik.5
De hoeveelheidsgrenzen zijn dermate ruim vastgesteld dat zij, aldus staatssecretaris Van Amelsvoort (1992), normaal gesproken niet zullen worden overschreden.
De particulier die meer dan 800 sigaretten voorhanden heeft, kan het persoonlijk verbruik aantonen door bijvoorbeeld aannemelijk te maken dat hij een zware roker is.
Wanneer iemand accijnsgoederen meebrengt als blijk van waardering voor het verzorgen van zijn planten is het element van persoonlijk verbruik nog zo overheersend, dat aan heffing van accijns niet kan worden toegekomen. Van persoonlijk verbruik is ook sprake bij het immateriële genoegen dat iemand heeft die voor vrienden of kennissen alcoholhoudende dranken meebrengt uit een andere lidstaat.6 Van eigen verbruik is geen sprake meer als het element van vrijgevigheid naar de achtergrond wordt gedrongen.
Andere hoeveelheden dan deze waarvan in de lidstaat van bestemming de accijns niet is geheven worden geacht voor handelsdoeleinden voorhanden te worden gehouden 7, tenzij het tegendeel wordt aangetoond8; een hoeveelheidscriterium met omkering van de bewijslast.9 Deze laatste voorwaarde komt volgens een voorstel van de EC tot herziening van de Accijnsrichtlijn te vervallen.10 Volgens dit voorstel is de accijnsheffing in de lidstaat van verkrijging eindheffing wanneer de aldaar door een particulier aangekochte accijnsgoederen in de lidstaat van bestemming door die particulier zonder directe tegenprestatie aan een andere particulier worden gezonden, waarmee het vereiste van het persoonlijk vervoeren door de particulier van de accijnsgoederen komt te vervallen.11