RvdW 2025/876:Beschikking penitentiaire kamer hof op vordering OM o.g.v. art. 37a lid 7 Sr tot verlenen van machtiging voor gebruik ten behoeve van rapport van gegevens die multidisciplinaire commissie elders heeft verkregen over weigerende observandus t.z.v. verdenking van o.m. pogingen tot verkrachting. Doorbreking medisch beroepsgeheim bij weigerende observandus. Had hof de voorzitter van Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi opdracht moeten geven ‘aanwezigheid van gegevens van derden en het eventueel verloren gaan van context van requirants eventuele klachten en behandeling daarvan bij verwijdering van die gegevens, te onderzoeken’? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 13 september 2022, NJ 2022/384, m.nt. P.A.M. Mevis, m.b.t. met waarborgen omgeven regeling voor doorbreking van medisch beroepsgeheim voor specifieke gevallen om rechter inzicht te geven in vraag of tijdens begaan van het feit bij verdachte gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van geestvermogens bestond. Hof heeft vastgesteld dat voorzitter van Adviescommissie Gegevensverstrekking Weigerende Observandi nader heeft toegelicht dat in advies van AGWO genoemde persoonsgegevens ‘in behoorlijke mate antwoord geven’ op vragen in rapport van Pieter Baan Centrum en dat betreffende rapporteurs bij beschikbaarheid van die gegevens tot duidelijke conclusie hadden kunnen komen over aan- of afwezigheid van stoornis bij verdachte en over vraag of deze doorwerkte t.t.v. tenlastegelegde. Hof heeft daaruit afgeleid dat te verstrekken gegevens ‘substantiële toegevoegde waarde’ zullen hebben voor nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van geestvermogens en eventuele toerekenbaarheid van tlgd. en mogelijk recidivegevaar. Daarbij heeft hof in zijn overwegingen betrokken dat voorzitter van AGWO heeft verklaard dat (als zich (medische) persoonsgegevens van ex-vriendin van verdachte tussen persoonsgegevens van verdachte bevinden) hij erop zal toezien dat die (medische) persoonsgegevens van ex-vriendin zullen worden verwijderd zonder dat verwijderen van die (medische) persoonsgegevens afdoet aan ‘context’ van persoonsgegevens van verdachte. ’s Hofs mede hierop gebaseerde oordeel dat vordering kan worden toegewezen, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Tot het (doen) verrichten van nader onderzoek was hof niet gehouden. Volgt verwerping.