Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.6.0:Introductie
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/8.6.0
Introductie
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS345523:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat in de praktijk zowel de toepassing van de `Repartitionsmethode' als ook de `Differenzmethode' geen eenvoudige zaak bleek te zijn, ging het Reichsfinanzhof al in een vroeg stadium over tot het hanteren van een zogenaamd vermoeden omtrent de `Teilwert'. In 1945 hield het Reichsfinanzhof op te bestaan en werd tot 1948 (gedurende het bestuur van de Sovjet Unie, Frankrijk, Groot Brittannië en de Verenigde Staten) vervangen door het Oberste Finanzgerichtshof. Het huidige Bundesfinanzhof functioneert sinds 1948. Zowel het Reichsfinanzhof als het Oberste Finanzgerichtshof hanteerden een Teilwertvermoeden; het Bundesfinanzhof doet dit tot op de dag van vandaag.
Wat betekent nu eigenlijk de term `Teilwertvermoeden' en waarom wordt er zoveel waarde aan gehecht? Welnu, het uitspreken van een vermoeden door een rechterlijk college heeft grote gevolgen voor de bewijslastverdeling. In dit geval wordt de `Teilwert' geacht een bepaald bedrag te representeren en is het vervolgens een zaak van belanghebbende om aan te tonen dat de gepretendeerde 'Teilwert' beneden dit bedrag ligt. Het plaatst belanghebbende doorgaans in een moeilijke bewijslastpositie. Hoe moet hij immers een bepaald vermoeden weerleggen?
In de literatuur1 is dan ook de nodige kritiek dienaangaande te vinden. De wettekst spreekt immers over waarderen (in het algemeen) op boekwaarde óf lagere bedrijfswaarde, hetgeen twee waarderingsmethoden van gelijke rangorde impliceert. Hierbij is niet gedoeld op een verhouding algemene versus bijzondere regel waarbij belanghebbende moet ontzenuwen dat hij onder de algemene regel valt. Dit laat echter onverlet dat de bewijslastverdeling in het kader van de bedrijfswaardeproblematiek in zekere mate een dergelijke verhouding bewerkstelligt.
Ondanks deze kritiek bepaalde het Bundesfinanzhof2 dat belanghebbende door middel van controleerbare omstandigheden het dalen van de bedrijfswaarde beneden de boekwaarde moet kunnen aantonen. Met controleerbare omstandigheden wordt bedoeld dat het gaat om een objectieve bewijslast.
In het vervolg van deze paragraaf worden de belangrijkste in de rechtspraak geuite vermoedens onder de loep genomen.