De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2.10:2.10 Resumé
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/2.10
2.10 Resumé
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686147:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De paritas creditorum zoals neergelegd in artikel 3:277 BW is een verdelingsregel waarbij de crediteuren na afwikkeling van de voorrangsrechten, een gelijk recht hebben op een pro rata deel van de netto-opbrengst. De paritas creditorum is bij de verdeling van de netto-opbrengst de hoofdregel.
De paritas creditorum kent relatief veel uitzonderingen. Deze uitzonderingen vallen in vijf categorieën te verdelen (voorrang op grond van pand en hypotheek, voorrang op grond van voorrecht, overige door de wet erkende redenen van voorrang, feitelijke voorrang en het oneigenlijke voorrecht verbonden aan de vordering tot betaling van executiekosten). Valt een vordering van een schuldeiser in één van deze vijf categorieën dan leidt dat (de jure dan wel de facto) tot een hogere rang bij de verdeling van de executie-opbrengst. Daarnaast kan de vordering van een schuldeiser een lagere rang hebben dan de rang die een schuldeiser toekomt op grond van de paritas creditorum in het geval er sprake is van een eigenlijke achterstelling. De omvang van de uitzonderingen relativeert de betekenis van de paritas creditorum als hoofdregel. De facto is er eerder sprake van een restregel, dan van een hoofdregel.
Een korte verkenning van de wetgeschiedenis lijkt aan het licht te brengen dat de paritas creditorum van oudsher de functie van verdelingsregel heeft gehad in het kader van een concursus creditorum. Daarnaast had de paritas creditorum mogelijk in de Romeinse tijd een tweede functie, te weten het bewaken van de gelijke behandeling van schuldeisers vanaf de missio in bona (de inbeslagneming van het vermogen).
De paritas creditorum heeft geen functie in het kader van de uitwerking van artikel 1 Grondwet in het executierecht.
De paritas creditorum ex artikel 3:277 BW geldt in het individuele executierecht bij een beslagexecutie waarin twee of meer schuldeisers participeren en de opbrengst van de executie, na voldoening van de kosten, enerzijds toereikend is om de schuldeisers met een recht van voorrang te voldoen, maar anderzijds ontoereikend om alle schuldeisers te voldoen. Hierbij dienen partijen vervolgens bovendien na onderling overleg niet tot overeenstemming te komen. In het kader van de daaropvolgende rangregeling dient de rechter bij het opstellen van de staat van verdeling rekening te houden met artikel 3:277 BW. Slechts onder zeer specifieke omstandigheden komt derhalve aan de paritas creditorum in het individuele executierecht betekenis toe.
In het individuele executierecht heeft de paritas creditorum een formele functie en een materiële functie. De formele functie is het bewaken van de gelijke behandeling van schuldeisers die zich niet op een recht van voorrang kunnen beroepen en waarvan de vordering niet is achtergesteld. Deze gelijke behandeling houdt in dat voor alle concurrente schuldeisers dezelfde verdelingsmaatstaf geldt. De materiële functie houdt in dat de netto-opbrengst wordt verdeeld naar evenredigheid van de vorderingen van de betrokken schuldeisers.
De paritas creditorum heeft – anders dan de BW-pauliana – in het kader van het individuele executierecht geen functie in de periode voorafgaande aan de beslaglegging.